Content

Cover

Titelpagina

 

Facetten van het Boeddhisme

 

 

 

 

Itivuttaka

Zo is het gezegd

 

 

 

 

 

In het Nederlands vertaald door

Nico Moonen, 2020 / 2563

 

 

 

 

Copyright

 

Copyright ©  2021 / 2564

Het is toegestaan om elektronisch of in gedrukte vorm fragmenten van deze compilatie of de compilatie in zijn geheel over te nemen voor eigen gebruik, of ook met als doel ze met anderen te delen, uitsluitend voor gratis verspreiding en zonder commercieel oogmerk.

Inleiding

Namo tassa bhagavato arahato

samma-sambuddhassa

 

 

De naam Itivuttaka betekent: “Zo is het gezegd.” Het werk bestaat uit 112 korte stukken. Volgens het commentaar zijn de suttas verzameld door de vrome lekenvolgelinge Uttarā. Haar bijnaam was Khujjutāra, de gebochelde.

Uttarā was de dienares van koningin Sāmāvatī en kreeg van koning Udena dagelijks acht munten om bloemen voor de koningin te kopen. Maar zij kocht slechts bloemen voor vier munten. Toen de Boeddha naar Kosambī kwam, werd Uttarā door de tuinman Sumana, bij wie zij altijd de bloemen kocht, uitgenodigd om de leerrede van de Boeddha bij te wonen. Na het horen daarvan bereikte Uttarā de stroomintrede (sotāpanna). Op die dag van de stroomintrede kocht zij bloemen voor het volledige bedrag, bracht ze naar koningin Sāmāvatī en bekende dat zij voordien slechts bloemen voor vier munten had gekocht. Op verzoek van koningin Sāmāvatī herhaalde Uttarā de hele leerrede voor haar en de andere hofdames, zoals zij die van de Boeddha had gehoord.

De koningin kon het paleis niet verlaten om naar de leerreden van de Boeddha te luisteren. Daarom ging Uttarā in haar plaats. Regelmatig ging zij naar de Boeddha luisteren wanneer hij de monniken onderwees. Zij zat dan achter een gordijn. Wat zij van de Boeddha leerde, herhaalde zij voor de koningin en de andere vrouwen in het paleis. Zo zou het Itivuttaka zijn ontstaan. En wat zij in het paleis herhaalde, werd daar natuurlijk uitvoerig besproken.

De Boeddha prees Uttarā als de beste van zijn vrouwelijke lekenvolgelingen met veel weten. Zij was ook een goede lerares, want toen later de binnenvertrekken van het paleis afbrandden en de koningin en haar gevolg stierven, zei de Boeddha dat al die vrouwen minstens het eerste niveau van heiligheid bereikt hadden. (Zie Udana VII.10)

Uttarā legde er de nadruk op dat wat zij in het paleis herhaalde, niet haar eigen woorden waren maar de woorden van de Boeddha. Daarom begon zij elk sutta steeds met de zin: “Dit is gezegd (vuttam) door de Heer, ... zo (iti) heb ik gehoord”. Daarom kreeg deze collectie de naam Itivuttaka, de “zo is het gezegd” suttas.

En na het proza-gedeelte zei zij steeds: “Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:” En zij sluit dan elk sutta af met de woorden: “Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.”

Beide passages zijn in Woodward 1985, Ireland 1991, en ook in Thānissaro 2018, als volgt vertaald: “Dit is de betekenis van wat de Heer zei”; en “Ook dit is de betekenis van wat werd gezegd.” Die vertaling geeft m.i. aan dat niet wordt aangenomen dat mevrouw Uttarā alles letterlijk heeft onthouden maar alleen de betekenis van wat zij heeft vernomen heeft doorgegeven. In die tijd evenwel hadden de mensen een heel goed geheugen. En mevrouw Uttarā zal dan ook alles wat zij hoorde, letterlijk hebben herhaald. Dat blijkt ook uit de aanhef van het sutta: “Bhikkhus”, terwijl zij toch spreekt tot de vrouwen in het paleis. Daarom heb ik de vertaling van Seidenstücker gevolgd.

Woodward wees erop dat niet alle suttas door de Boeddha zelf gesproken kunnen zijn, bijvoorbeeld wanneer de (veronderstelde) Leraar zichzelf buitengewoon prijst.

Het is opmerkelijk dat alle vertalingen direct vanuit het Pali toch op meerdere plaatsen van elkaar verschillen wat de betekenis betreft. Ik heb dan een keuze moeten maken.

 

In het Itivuttaka is hetzelfde idee zowel in proza als in vers verteld. Het schijnt dat het proza een verklaring is van de verzen. Soms passen proza en verzen niet goed bij elkaar.

Wat de inhoud betreft omvat het Itivuttaka alle thema’s over de praktijk van de leer van de Boeddha, vanaf de basis t/m de gevorderde niveaus. Veel uitspraken staan alleen in het Itivuttaka en nergens anders in de Pali Canon. Als Uttarā ze niet had onthouden en verder had verteld, was het weten over de leer armer geweest. Wij moeten daarom Uttarā erg dankbaar zijn. En ook moeten wij koningin Sāmāvatī dankbaar ervoor zijn dat zij haar dienares Uttarā verzocht om naar de leerreden van de Boeddha te gaan luisteren en ze dan in het paleis te herhalen.

 

De collectie van dese suttas is verdeeld in vier nipātas of groepen die handelen over de ethische leer van de Boeddha. Die vier nipātas zijn: Ekaka-nipāta, Duka-nipāta, Tika-nipāta en Catukka-nipāta.

Elke groep is weer onderverdeeld in vaggas, die meestal bestaan uit tien suttas.

 

Ekaka-nipāta. Deze collectie is verdeeld in drie secties (vaggas). Begeerte, kwaadwil, illusie, toorn, wrok, hoogmoed, onwetendheid, vurig verlangen, tweespalt, liegen, gierigheid worden er veroordeeld. En oplettendheid, omgang met de wijze, eendracht, geestelijke vrede, geluk, vlijt, edelmoedigheid en liefdevolle vriendelijkheid worden er geprezen.

 

Duka-nipāta. Deze collectie is verdeeld in twee secties (vaggas). Toegelicht wordt er dat men waakzaam moet zijn wat betreft de zintuigen en dat men gematigd moet zijn met eten. Eveneens worden er toegelicht bekwame daden, gezonde gewoontes en juiste inzichten, kalmte en afzondering, schaamte en vrees, de twee soorten van Nibbāna en de deugden die verkregen worden door een energiek ascetisch leven.

 

Tika-nipāta. Deze collectie is verdeeld in vijf secties (vaggas). Omschreven worden er factoren die drievoudig zijn: slechte grondslagen, elementen, gevoelens, verlangens, smetten, etc. En verkondigd wordt er het ideale leven van een bhikkhu.

 

Catukka-nipāta. In deze collectie wordt de nadruk gelegd op factoren die viervoudig zijn: benodigdheden voor een bhikkhu, de vier edele waarheden, etc. Eveneens wordt er benadrukt dat een bhikkhu zuiverheid van geest moet cultiveren.

Een groot deel van het vierde nipata schijnt ontleend te zijn aan passages elders in de canon. Dit doet vermoeden dat deze collectie later is toegevoegd.

 

De suttas worden hier genummerd in doorlopende volgorde, zoals in de uitgave van de Pali Text Society. De indeling in vaggas wordt door de heer Dubois strikt nagevolgd. Door mij is de indeling in nipata en vagga vermeld na het doorlopende nummer.

Een aantal suttas en verzen is ook aangetroffen in andere delen van de Sutta Pitaka, maar veel suttas zijn alleen hier te vinden. Dat maakt het Itivuttaka tot een unieke verzameling teksten waarin de hele leer van de Boeddha uiteengelegd is.

 

Bij de voetnoten wordt steeds vermeld waar ik die ontleend heb.

 

N. Moonen, Saraburi 2563 / 2020

 

1. Ekaka-nipata. De groep van een

Itivuttaka 1 - 27

It.1. (1.1.1.) Begeerte

Lobha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

Geef één ding op, bhikkhus, en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Wat is dat ene ding? Begeerte is dat ene ding, bhikkhus. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wezens die begeren met hevig verlangen

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij begeerte juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht ze op.

Nadat zij begeerte hebben opgegeven

komen zij nooit meer terug in deze wereld.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.2. (1.1.2) Haat

Dosa sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Geef één ding op, bhikkhus, en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De haat, kwaadwil, afkeer. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wezens bedorven door haat, kwaadwil, afkeer,

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij haat juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht hem op.

Nadat zij de haat hebben opgegeven

keren zij nooit meer terug naar deze wereld.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.3. (1.1.3) Verblinding

 Moha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Geef één ding, bhikkhus en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De verblinding. Geef dit ene ding op, ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wezens verward door verblinding

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij verblinding juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht die op.

Nadat zij de verblinding hebben opgegeven

komen zij nooit meer terug naar deze wereld.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.4. (1.1.4) Woede

Kodha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Geef één ding op, bhikkhus en ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De woede. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wezens in woede ontvlamd,

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij woede juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht ze op.

Nadat zij de woede hebben opgegeven

komen zij nooit meer terug naar deze wereld.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.5. (1.1.5) Huichelarij, verachting

Makkha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Geef één ding op, bhikkhus, ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De huichelarij en verachting. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wezens die huichelen en anderen verachten met minachting,

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij huichelarij, verachting juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht ze op.

Nadat zij dat hebben opgegeven komen zij

nooit meer terug naar deze wereld.

 

Ook dit wat werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.6. (1.1.6) Eigendunk

Māna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Geef één ding op, bhikkhus, ik garandeer jullie voor de niet-wederkeer. Welk ene ding? De eigendunk. Geef dit ene ding op en ik garandeer jullie voor de niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wezens opgeblazen met eigenwaan

gaan naar wedergeboorte in een slechte bestemming.

Maar wanneer zij eigendunk juist hebben begrepen,

geven degenen met inzicht die op.

Nadat zij eigendunk hebben opgegeven

komen zij nooit meer terug naar deze wereld.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.7. (1.1.7) Het ‘alles’

Sabbapariññā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand die het "alles" niet direct kent en niet volledig begrijpt, die zijn geest niet ervan heeft losgemaakt en het niet heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die het "alles" direct kent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en het heeft opgegeven, die is wel in staat tot vernietiging van lijden.”

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

“Iemand die het ‘alles’ op elke manier kent,

die nergens aan gehecht is,

omdat hij het ‘alles’ volledig heeft begrepen,

die heeft alle lijden overwonnen.”

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.8. (1.1.8) Verwaandheid

Mānapariññā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand die verwaandheid, eigendunk niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die verwaandheid, eigendunk direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De mensheid is bezeten door verwaandheid, eigendunk,

is geboeid door verwaandheid en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij verwaandheid niet grondig begrijpen

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

 

Maar zij die verwaandheid hebben opgegeven,

en door het vernietigen van verwaandheid vrij zijn,

die hebben de slavernij van verwaandheid overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

 

Ook dit wat werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.9. (1.1.9) Begeerte

Lobhapariññā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand die begeerte niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die begeerte direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De mensheid is bezeten door begeerte,

is geboeid door begeerte en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij begeerte niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

 

Maar zij die begeerte hebben opgegeven,

en door het vernietigen van begeerte vrij zijn,

die hebben de slavernij van begeerte overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.10. (1.1.10) Haat, afkeer

Dosapariññā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand die haat, afkeer, kwaadwil niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die haat, afkeer, kwaadwil direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De mensheid is bezeten door haat,

geboeid door haat en verheugt zich in het bestaan. Omdat zij haat niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

 

Maar zij die haat hebben opgegeven,

en door het vernietigen van haat vrij zijn,

die hebben de slavernij van haat overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.11. (1.2.1) Verblinding

Mohapariññā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand die waan, verblinding niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die waan, verblinding direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De mensheid is bezeten door waan,

is geboeid door waan en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij waan niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

 

Maar zij die waan hebben opgegeven,

en door het vernietigen van waan vrij zijn,

die hebben de slavernij van waan overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.12. (1.2.2) Toorn

Kodhapariññā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand die toorn niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die toorn direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De mensheid is bezeten door toorn,

is geboeid door toorn en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij toorn niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

 

Maar zij die toorn hebben opgegeven,

en door het vernietigen van toorn vrij zijn,

die hebben de slavernij van toorn overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.13. (1.2.3) huichelarij en verachting

Makkhapariññā Sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand die huichelarij en verachting niet direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest er niet van heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is niet in staat tot vernietiging van lijden.

Maar iemand die huichelarij en verachting direct herkent en volledig heeft begrepen, en die zijn geest ervan heeft losgemaakt en heeft opgegeven, die is in staat tot vernietiging van lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De mensheid is bezeten door huichelarij en verachting,

is geboeid door huichelarij en verachting, en verheugt zich in het bestaan.

Omdat zij huichelarij en verachting niet grondig begrijpen,

worden zij steeds weer opnieuw geboren.

 

Maar zij die huichelarij en verachting hebben opgegeven,

en door het vernietigen van huichelarij en verachting vrij zijn,

die hebben de slavernij van huichelarij en verachting overwonnen

en zijn aan alle lijden ontkomen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It. 14. (1.2.4) De hindernis van onwetendheid

Avijjānīvarana sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, ik zie geen enkele andere hindernis door welke de wezens lange tijd de kringloop van wedergeboorten doorlopen, dan de hindernis van onwetendheid. Inderdaad, door de hindernis van onwetendheid is de mensheid belemmerd en doorloopt zij een lange tijd de kringloop van wedergeboorten.

Maar zij die zich van de verblinding hebben ontdaan en de duisternis hebben doorbroken hebben, zij dolen niet meer verder; hun oorzaak is niet meer te vinden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Er bestaat geen enkel ander ding

dan de hindernis van onwetendheid,

waardoor de mensheid zo belemmerd is,

en haar steeds weer het bestaan laat doorlopen.

 

Maar zij die de onwetendheid hebben opgegeven,

deze hele massa van duisternis doorklievend,

zij lopen niet meer verder rond,

in hen is er geen reden meer voor gevonden.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.15. (1.2.5) De boei van verlangen

Tanhāsamyojana sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, ik zie geen enkele andere boei dan de boei van het verlangen door welke de wezens zo geboeid zijn en lange tijd de kringloop van wedergeboorten doorlopen. Inderdaad, door de boei van verlangen zijn wezens gebonden en doorlopen zij lange tijd de kringloop van wedergeboorten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand die vergezeld is door verlangen

gaat steeds verder op deze lange reis;

hij kan niet aan de kringloop van bestaan ontsnappen

in deze staat van bestaan of in een andere.

 

Na het gevaar aldus te hebben begrepen,

dat verlangen de oorsprong is van lijden,

laat een bhikkhu oplettend leven,

vrij van verlangen, zonder te hechten.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.16. (1.2.6) De lerende

Pathamasekha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, wat betreft innerlijke factoren zie ik geen enkele andere factor dan wijze opmerkzaamheid die zo’n grote hulp is voor een bhikkhu die nog moet leren, die nog niet volmaaktheid heeft bereikt maar die streeft naar de opperste veiligheid van slavernij. Bhikkhus, een bhikkhu die wijs oplettend is, geeft het onheilzame op en ontplooit het heilzame.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Voor een bhikkhu die nog moet leren,

is er niets anders dat zoveel helpt

om het hoogste doel te bereiken

dan de factor van wijs opletten.

Een bhikkhu die zich wijs inspant kan

de beëindiging van alle lijden bereiken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It 17. (1.2.7) De lerende en goede vriendschap

Dutiyasekha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, wat betreft innerlijke factoren zie ik geen enkele andere factor dan goede vriendschap die zo’n grote hulp is voor een bhikkhu die nog moet leren, die nog niet volmaaktheid heeft bereikt maar die streeft naar de opperste veiligheid van slavernij. Bhikkhus, een bhikkhu die een goede vriend heeft, geeft het onheilzame op en ontplooit het heilzame.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een bhikkhu met een goede vriend,

naar wie hij luistert en die hij eert,

doordat hij het advies van de vriend opvolgt -

helder bewust, vol oplettendheid -

hij kan steeds meer de vernietiging

van alle boeien bereiken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.18. (1.2.8) Verdeeldheid in de Orde

Sanghabheda sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, als één ding in de wereld gebeurt, dan gebeurt het tot onheil, ongeluk en onzegen van velen, tot onheil en ongeluk voor goden en mensen. Welk ene ding? De verdeeldheid in de Sangha. Als de Sangha verdeeld is, dan is er aan beide kanten ruzie, verwijten, afbakenen, verdrijving. En in die situatie worden degenen die niet sympathiek zijn jegens de leer, niet bekeerd en sommigen die welwillend zijn t.o.v. de leer, veranderen van gedachten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand die de Sangha verdeelt

blijft voor de tijd van een aeon

in een staat van ellende, in de hel.

Blij met ruzie, onrechtvaardigheid,

is hij beroofd van de veiligheid voor slavernij.

Wie een splitsing brengt in een Orde die één is,

hij gaat een aeon naar de hel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.19. (1.2.9) Eendracht in de Orde

Sanghasāmaggī sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Als één ding in de wereld gebeurt, dan gebeurt het tot heil, geluk en zegen van velen, tot heil en geluk voor goden en mensen. Welk ene ding? De eendracht in de Sangha: als de Sangha in eendracht is, dan is er aan beide kanten geen ruzie, veroordelen, afbakenen, verdrijving. En in die situatie worden degenen die niet sympathiek zijn jegens de leer, bekeerd en degenen die welwillend zijn t.o.v. de leer, krijgen meer vertrouwen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Geluk brengend is eendracht in de Sangha.

Iemand die degenen in eendracht steunt,

die met eendracht blij is, en die oprecht is,

is niet verstoken van veiligheid voor slavernij.

Wie in de Sangha eendracht bewerkstelligt,

verheugt zich een aeon in de hemel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.20. (1.2.10) Een verdorven geest

Padutthacitta sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand heeft een verdorven geest. Na zijn geest met mijn geest te hebben onderzocht, weet ik dat als hij op dit ogenblik stierf, hij zo snel als men een last afgooit, in de hel zou komen. En wel omdat zijn geest verdorven is. Vanwege een verdorven geest verschijnen sommige wezens bij het verval van het lichaam na de dood in een staat van ellende, op een slecht pad, in verderfenis, in de hel.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Omdat hij de verdorven geest begrijpt

van iemand die hier vertoeft,

legde de Ontwaakte de betekenis ervan uit

in tegenwoordigheid van de schare bhikkhus.

 

En zou die persoon sterven

juist nu in dit ogenblik,

dan zou hij weer verschijnen in de hel,

omdat zijn geest verdorven is.

 

Juist zoals men eerst iets vastpakt

en het dan weer weggooit,

zo gaan wezens naar een slechte bestemming

vanwege hun verdorven geest.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.21. (1.3.1) De heldere geest

Pasannacitta sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, iemand heeft een heldere geest. Na zijn geest met mijn geest te hebben onderzocht, weet ik dat als hij op dit ogenblik stierf, hij zo snel als men een last afgooit, in de hemel zou komen. En wel omdat zijn geest helder is. Vanwege een heldere geest verschijnen sommige wezens bij het verval van het lichaam na de dood op een goede bestemming, in een hemelse wereld.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Omdat hij de heldere geest begrijpt

van iemand die hier vertoeft,

legde de Ontwaakte de betekenis ervan uit

in tegenwoordigheid van de schare bhikkhus.

 

En zou die persoon sterven

juist nu in dit ogenblik,

dan zou hij weer verschijnen in een goede bestemming,

omdat zijn geest helder is.

 

Juist zoals men eerst iets vastpakt

en het dan weer weggooit,

zo gaan wezens naar een goede bestemming

vanwege hun heldere geest.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.22. (1.3.2) Verdienstelijke daden

Metta sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, wees niet bang voor verdienstelijke daden. Dit is namelijk een aanduiding voor geluk. Wat gewenst is, waar men naar verlangde, wat dierbaar en aangenaam is, dat is “verdienstelijke daden”. Want ik herinner me heel goed, bhikkhus, dat ik gedurende een lange tijd verlangde, gewenste, dierbare en aangename resultaten ondervond van verdienstelijke daden die vaak verricht werden.

Nadat ik zeven jaren lang een hart met liefdevolle vriendelijkheid had ontwikkeld, keerde ik in de tijd van zeven aeonen van wereldvergaan en wereldontstaan niet naar deze wereld terug. Wanneer de aeon zich samen rolde, verscheen ik onder de Stralenden; wanneer de aeon zich weer uiteen rolde, verscheen ik in een leeg Brahma-paleis. Daar was ik Brahma, de grote Brahma, de onoverwonnen overwinnaar, de alziende, de almachtige. En zesendertig keer was ik Sakka de koning van de goden. En vele honderden keren was ik een wiel-draaiende koning, een rechtvaardige koning van de wet, heerser over de vier kwartieren van de aarde, stabiliteit in het land houdende, in het bezit van de zeven juwelen. Wat moet er dan gezegd worden over alleen maar lokaal koningschap?

 

Bhikkhus, toen vroeg ik mij af: "Van welke soort van mijn daden is dit de vrucht en rijpheid dat ik nu zo machtig en krachtig ben?" En toen kwam het volgende in mij op: "Van drie soorten van mijn daden is dit de vrucht en rijpheid dat ik nu zo machtig en zo krachtig ben, namelijk daden van vrijgevigheid, van zelfbeheersing, en van beteugeling.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Laat men zich oefenen in daden van verdiensten

die langdurend geluk opleveren:

edelmoedigheid, een leven in evenwicht,

en het ontwikkelen van liefdevolle vriendelijkheid.

 

Door deze drie dingen te cultiveren

brengen daden geluk.

De wijze wordt herboren in gelukzaligheid

in een gelukkige wereld zonder zorgen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.23. (1.3.3) Onvermoeibaarheid

Ubhayattha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, door één ding, ontplooid en vaak herhaald, worden beide soorten van welzijn verkregen en gehandhaafd: welzijn hier en nu en welzijn dat behoort tot de toekomst. Door welk ding? Het is onvermoeibaarheid, ijver bij heilzame dingen. Dat is het ene ding waardoor, ontplooid en vaak herhaald, beide soorten van welzijn verkregen en gehandhaafd worden: welzijn hier en nu en welzijn dat behoort tot de toekomst.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De wijzen prijzen ijver (onvermoeibaarheid)

bij het doen van daden van verdienste;

want iemand die wijs is en ijverig is (die onvermoeibaar streeft),

krijgt een tweevoudig voordeel:

 

welzijn in het hier en nu

en welzijn in een toekomstig leven.

En omdat men het goede heeft verwerkelijkt

wordt de verstandige een wijze genoemd.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.24. (1.3.4) De berg van beenderen

Atthipuñja sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, de skeletten van een enkele persoon die een aeon lang het veranderende bestaan doorliep, zou een massa beenderen, een hoeveelheid beenderen teweegbrengen zo groot als de berg Vepulla, als men de beenderen bijeen zou brengen en het verzamelde niet verwoest zou worden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De beenderen van een enkele persoon

verzameld in een enkele aeon

zouden een massa worden als een berg,

zo sprak de grote Ziener.

 

Hij verklaarde dat die zo groot

als de berg Vepulla zou zijn,

die ten noorden ligt van de Gierepiek

in de heuvel-vesting van Magadhā.

 

Maar wanneer men met volmaakte wijsheid

de vier edele waarheden ziet zoals zij zijn -

lijden, het ontstaan van lijden en

het overwinnen van lijden,

en dan het edele achtvoudige pad,

dat leidt tot bevrijding van lijden -

 

maximaal nog zeven keer

zal zo'n man herboren worden,

en dan aan het lijden een einde maken,

door het vernietigen van alle boeien.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.25. (1.3.5) Bewuste leugen

Musāvāda sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, ik zeg dat er voor een persoon die zich bij één ding schuldig maakt aan een overtreding, geen kwade daad is die hij niet zou kunnen begaan. Bij welk ding? Bij het opzettelijk vertellen van een leugen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een leugenachtig vals mens,

die één gebod slechts overtreedt

en die niet gelooft in een andere wereld:

hij is tot elke fout in staat.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.26. (1.3.6) Geven

Dāna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, als de wezens het resultaat van het geven en delen van gaven zouden kennen zoals ik, dan zouden zij niets eten zonder iets ervan gegeven te hebben; en zij zouden de smet van gierigheid niet bezit van hen laten nemen en wortel laten schieten in hun hart. Zelfs de laatste hap, de laatste brok zouden zij niet graag eten zonder die te hebben gedeeld indien er iemand was om mee te delen. Maar bhikkhus, omdat de wezens het resultaat van het geven en delen van gaven niet zo kennen zoals ik, daarom eten zij ook zonder iets gegeven te hebben; en de smet van gierigheid neemt bezit van hen en schiet wortel in hun hart.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Als wezens alleen wisten -

zo zei de Grote Ziener -

hoe het resultaat van delen

zo’n grote vrucht heeft,

 

dan gaven zij met opgewekt gemoed,

vrij van de smet van gierigheid,

naar behoren aan de edelen,

die wat is gegeven vruchtbaar maken.

 

Degenen die rijkelijk voedsel gaven,

een offer voor de waardigen,

die mensen gaan na de dood

als gevers naar de hemel.

 

Na veel voedsel te hebben gegeven als offergave

aan degenen die het meest waardige zijn voor gaven,

gaan de gevers naar de hemel

bij het vertrekken uit de menselijke staat.

 

In de hemel verheugen zij zich

en genieten er aangename dingen,

de onzelfzuchtige ondervindt het resultaat

van edelmoedig te delen met anderen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It. 27. (1.3.7) Ontwikkeling van liefdevolle vriendelijkheid

Mettābhāvanā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

“Bhikkhus, wat er bestaat aan velden voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte, dat alles heeft niet de waarde van een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest. De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

Juist zoals het stralen van alle sterren niet gelijk is aan een zestiende deel van het stralen van de maan; maar de maneschijn die van de sterren overtreft en schittert en vlamt en straalt, - evenzo, wat er bestaat aan velden voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte, zij alle zijn niet gelijk aan een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest. De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

Juist zoals in de laatste maand van de regentijd, in de herfst, wanneer het uitspansel helder is en vrij van wolken, de zon omhoog stijgt en de duisternis die het luchtruim vult, verjaagt, en schittert en vlamt en straalt, - evenzo, alwat er bestaat aan velden voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte, zij alle zijn niet gelijk aan een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest. De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

 

En juist zoals ‘s nachts, ten tijde van het ochtendgloren de de morgenster, de heilbrengende ster schittert en vlamt en straalt, - evenzo, alwat er bestaat aan velden voor het maken van verdiensten die vruchtbaar zijn in een toekomstige geboorte, zij alle zijn niet gelijk aan een zestiende deel van metta, de bevrijding van de geest. De liefdevolle vriendelijkheid, de bevrijding van de geest, overtreft ze allemaal en schittert en vlamt en straalt.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

“Wie volbewust onmetelijke liefdevolle vriendelijkheid ontplooit,

de vernietiging van hechten ziende,

voor hem zijn de boeien weggesleten.

 

Als hij met onverstoorde geest

slechts één levend wezen doordringt

met gedachten van liefdevolle vriendelijkheid,

dan maakt hij daardoor verdienste.

 

Maar een edele produceert

een overvloed aan verdienste

door het hebben van een mededogende geest

ten opzichte van alle levende wezens.

 

Die koninklijke wijzen die na verovering

van de aarde met haar ontelbare wezens

van land tot land trokken en offers brachten, -

het paard offer, het man offer,

de water rituelen, het soma offer,

en wat zij het ‘onbelemmerde’ noemden -

zij delen niet eens de waarde

van een zestiende deel

van een goed gecultiveerde geest

met gedachten van liefdevolle vriendelijkheid,

juist zoals de hele sterrenhemel

gedimd wordt door het stralen van de maan.

 

iemand die niet doodt

noch anderen ertoe aanzet om te doden,

wie niet verovert

noch anderen ertoe aanzet te veroveren,

wie jegens alle wezens liefdevol gezind is,

hij heeft voor niemand vijandschap.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

2. Duka-nipata. De groep van twee

Itivuttaka 28 - 49

It.28. (2.1.1) Leven in ongemak

Dukkhavihāra sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, in het bezit van twee dingen verblijft een bhikkhu al tijdens zijn leven in ongemak; hij brengt dan over zich ergernis, wanhoop en ellende, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem de weg naar neergang te wachten. Welke twee dingen? Het onbewaakt zijn wat betreft de deuren van de zintuigen en onmatigheid bij het eten. Met deze twee dingen leeft een bhikkhu al tijdens zijn leven in ongemak; hij brengt dan over zich ergernis, wanhoop en ellende, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem de weg naar neergang te wachten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Het oog, het oor, de neus, de tong,

het lichaam en ook het denken, -

een bhikkhu die deze poorten

hier onbewaakt laat,

 

onmatig bij de maaltijd,

met onbewaakte zintuigen,

hij ondervindt lijden

zowel lichamelijk als geestelijk.

 

Gekweld door het lichaam

en gekweld door de geest,

leeft een dergelijk iemand in ongemak

zowel overdag als 's nachts.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.29. (2.1.2) Leven op zijn gemak

Sukhavihāra sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, in het bezit van twee dingen vertoeft een bhikkhu al tijdens zijn leven op zijn gemak; hij brengt dan geen ergernis, wanhoop en ellende over zich, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem een goede bestemming te wachten. Welke twee dingen? - Bedwinging van de deuren van de zintuigen en maat houden bij het eten. In het bezit van twee dingen vertoeft een bhikkhu al tijdens zijn leven gelukkig; hij brengt dan geen ergernis, wanhoop en ellende over zich, en bij het verval van het lichaam, na de dood, staat hem een goede bestemming te wachten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Het oog, het oor, de neus, de tong,

het lichaam en ook de geest, -

een bhikkhu bij wie deze poorten

hier goed bewaakt zijn,

 

matig bij de maaltijd,

met de zintuigen goed bewaakt,

hij ondervindt geluk

zowel lichamelijk als geestelijk.

 

Niet gekweld door het lichaam,

niet gekweld door de geest

leeft een dergelijk iemand op zijn gemak

zowel overdag als ook 's nachts.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.30. (2.1.3) Spijt

Tapanīya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Er zijn twee dingen waarover men later spijt heeft. Welke twee? Daar heeft iemand niet gedaan wat goed is, heeft niet gedaan wat heilzaam is, heeft niet gedaan wat bevorderlijk is. Maar hij heeft kwade, hardvochtige, verkeerde daden verricht. Bij de gedachte: "Het goede heb ik niet gedaan," heeft hij er spijt van; bij de gedachte "Iets kwaads heb ik gedaan", heeft hij er spijt van. Bhikkhus, over deze twee dingen heeft men later spijt.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wie zich slecht heeft gedragen

met lichaam, met taalgebruik,

wie slecht denken heeft gecultiveerd,

en wat er anders als een fout geldt, -

 

wie geen goede daad heeft verricht,

maar veel kwaads heeft gedaan, -

die dwaas wordt na de dood

wedergeboren in de hel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.31. (2.1.4) Geen spijt

Atapanīya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Er zijn twee dingen waarover men later geen spijt heeft. Welke twee? Daar heeft iemand gedaan wat goed is, heeft gedaan wat heilzaam is, heeft gedaan wat bevorderlijk is. En hij heeft geen kwade, hardvochtige, verkeerde daden verricht. Bij de gedachte: "Het goede heb ik gedaan," heeft hij geen spijt; bij de gedachte "Niets kwaads heb ik gedaan", heeft hij geen spijt. Bhikkhus, over deze twee dingen heeft men later geen spijt.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wie slecht gedrag heeft opgegeven

met lichaam en met taalgebruik,

wie slecht denken heeft opgegeven

en wat er verder als een fout geldt, -

 

wie geen slechte daad heeft verricht,

maar veel goeds heeft gedaan, -

die wijze wordt na de dood

wedergeboren in de hemel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It. 32. (2.1.5) Gevolg van slecht gedrag

Pathamasīla sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, wanneer iemand twee dingen heeft, zal hij zo snel als men een last neergooit, naar de hel gaan. Welke twee dingen? Slecht gedrag en verkeerde opvattingen. Met deze twee dingen zal iemand zo snel als men een last neergooit, naar de hel gaan.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Als iemand deze twee dingen heeft -

slecht gedrag en verkeerde visies,

die dwaas wordt na de dood

wedergeboren in de hel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It. 33. (2.1.6) Gevolg van goed gedrag

Dutiyasīla sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, wanneer iemand twee dingen heeft, zal hij zo snel als men een last neergooit, naar de hemel gaan. Welke twee dingen? Goed gedrag en goede opvattingen. Met deze twee dingen zal iemand zo snel als men een last neergooit, in de hemel komen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Als iemand deze twee dingen heeft -

goed gedrag en goede visies,

die wijze wordt na de dood

wedergeboren in de hemel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.34. (2.1.7) Inspanning

Ātāpī sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, een bhikkhu die zich niet inspant en die geen angst heeft om iets verkeerds te doen, is niet in staat om Verlichting te verkrijgen, is niet in staat om Nibbana te verwerkelijken, is niet in staat om de hoogste bescherming tegen slavernij te verkrijgen.

Maar een bhikkhu die zich inspant en die angst heeft om iets verkeerds te doen, is in staat om Verlichting te verkrijgen, is in staat om Nibbana te verwerkelijken, is in staat om de hoogste bescherming tegen slavernij te verkrijgen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand die zich niet inspant, achteloos,

lui en met weinig energie,

vol loomheid en traagheid,

zonder schaamte en zonder respect -

een dergelijke bhikkhu kan niet

de hoogste Verlichting bereiken.

 

Maar een oplettend en oordeelkundig meditator,

vurig, nauwgezet en ijverig,

die de boeien van geboorte en verval heeft verbroken,

hij kan zelf hier en nu

de hoogste Verlichting bereiken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.35. (2.1.8) Zonder te misleiden

Pathamanakuhana sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, men leidt dit heilige leven niet om de mensen te bedriegen en te misleiden, niet vanwege geschenken, eer en roem, niet om bij de mensen bekend te zijn. Maar dit heilige leven leidt men omwille van zelfbedwang en het opgeven.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De Heer onderwees een heilig leven

dat niet gebaseerd is op traditie,

tot zelfbedwang en het opgeven,

dat leidt naar en uitmondt in Nibbana.

 

Dit is het pad dat gevolgd is door de groten,

dat nagestreefd wordt door de verheven wijzen.

Degenen die deze route ingaan

zoals onderwezen door de Verlichte,

zullen, gehoor gevende aan de instructie van de Leraar,

aan het lijden een einde maken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.36. (2.1.9) Zonder te misleiden

Dutiyanakuhana Sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, men leidt dit heilige leven niet om de mensen te bedriegen en te misleiden, niet vanwege geschenken, eer en roem, niet om bij de mensen bekend te zijn. Maar, bhikkhus, men leidt dit heilige leven omwille van directe kennis en volledig begrip.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De Heer onderwees een heilig leven

dat niet gebaseerd is op traditie,

tot zelfbedwang en het opgeven,

dat leidt naar en uitmondt in Nibbana.

 

Dit is het pad dat gevolgd is door de groten,

dat nagestreefd wordt door de verheven wijzen.

Degenen die deze route ingaan

zoals onderwezen door de Verlichte,

zullen, gehoor gevende aan de instructie van de Leraar,

aan het lijden een einde maken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.37. (2.1.10) Geluk

Somanassa sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, in het bezit van twee dingen vertoeft een bhikkhu hier en nu met veel vreugde en geluk en is hij juist gemotiveerd voor de vernietiging van de neigingen. Welke twee? - Bewogen door een gevoel van urgentie bij gelegenheden voor urgentie, en na bewogen te zijn, een juiste inspanning maken. - In het bezit van deze twee dingen vertoeft een bhikkhu hier en nu met veel vreugde en geluk en is hij juist gemotiveerd voor de vernietiging van de neigingen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Laat een wijs iemand dringend bewogen zijn

bij gelegenheden die voor urgentie zorgen;

als een vurige wijze bhikkhu

moet hij investigeren met wijsheid.

Iemand die aldus vurig leeft,

met een vredig gedrag, niet trots,

die de rust van de geest uitoefent,

kan de vernietiging van lijden bereiken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.38. (2.2.1) Twee overwegingen

Vitakka sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, bij de Volmaakte, Heilige, volmaakt Ontwaakte ontstaan vaak de volgende twee overwegingen: de overweging van de veiligheid (voor wezens) en de overweging van de afzondering.

 

Bhikkhus, de Volmaakte is iemand die zich verheugt in en geniet van niet-kwaadwil. Omdat de Volmaakte zich verheugt in en geniet van niet-kwaadwil, ontstaat vaak deze gedachte bij hem: "Door mijn gedrag belast ik niemand, of hij nu zwak is of sterk." Bhikkhus, de Volmaakte is iemand die zich verheugt in en geniet van afzondering. Omdat de Volmaakte zich verheugt in en geniet van afzondering, ontstaat vaak deze gedachte bij hem: "Wat onheilzaam is, dat is opgegeven."

 

Bhikkhus, laten jullie daarom ook zo leven dat jullie verheugd zijn in en genieten van niet-kwaadwil. Als jullie zo leven, dan zal vaak deze gedachte bij jullie ontstaan: "Door ons gedrag belasten wij niemand, of hij nu zwak is of sterk."

 

Bhikkhus, laten jullie ook zo leven dat jullie verheugd zijn in en genieten van afzondering. Als jullie zo leven, dan zal ook vaak deze gedachte bij jullie ontstaan: "Wat is onheilzaam? Wat is nog niet opgegeven? Wat hebben wij opgegeven?"

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Twee gedachten ontstaan bij hem,

de Tathagata, de Ontwaakte

die verdroeg wat boven verdraagzaamheid uit gaat; veiligheid (voor wezens) was de eerste gedachte waarover gesproken werd,

afzondering was de tweede die vermeld werd.

 

De verdrijver van duisternis, er bovenuit gegaan,

de grote wijze die verwerkelijking heeft bereikt,

hij werd een meester, bevrijd van de smetten,

die geheel en al is overgestoken,

bevrijd door de vernietiging van begeerte, -

 

die wijze draagt zijn laatste lichaam.

hij liet Mara achter zich, zeg ik,

hij is aan gene zijde van verval.

 

Zoals iemand die op de top van een hoge berg staat, de mensen beneden in alle richtingen kan zien,

zo ziet de enorm wijze, alziende,

na het Dhamma-paleis omhoog gegaan te zijn,

de mensen van de wereld.

 

Degene zonder leed ziet beneden

degenen die nog in leed zijn gehuld,

overweldigd door geboorte en verval.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.39. (2.2.2) Twee leerinstructies

Desanā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn twee achtereenvolgende leerinstructies van de Tathagata, de, Heilige, de volmaakt Verlichte. Welke twee? "Beschouw het kwaad als kwaad" - dat is de eerste leerinstructie. "Nadat jullie het kwaad als kwaad hebt onderkend, bevrijdt jullie ervan, neem er afstand van, wees er vrij van", - dat is de tweede leerinstructie.

Bhikkhus, dit zijn de twee achtereenvolgende leerinstructies van de Tathagata, de, Heilige, de volmaakt Verlichte.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wat betreft de geordende woorden die gesproken werden

door de Tathagata, de Ontwaakte,

met mededogen voor alle wezens,

en de twee dingen die hij verkondigde:

 

"Zie wat kwaad is" dat is het ene,

het andere is "Wees er vrij van".

Met een geest die bevrijd is van kwaad

zullen jullie een einde maken aan lijden.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.40. (2.2.3) Het weten

Vijjā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, onwetendheid gaat vooraf aan en leidt naar onheilzame dingen, en ze wordt gevolgd door gebrek aan schaamte en gebrek aan morele vrees, #angst om iets verkeerds te doen.

Bhikkhus, het weten gaat vooraf aan en leidt naar heilzame dingen, en het wordt gevolgd door schaamte en morele vrees, angst om iets verkeerds te doen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Welke slechte bestemmingen er zijn

hier in deze wereld en hierna,

zij hebben allemaal hun wortel in onwetendheid,

geconstrueerd door verlangen en hebzucht.

 

Omdat iemand met kwade verlangens

schaamteloos is en zonder respect,

stroomt van hem iets kwaads uit,

en gaat hij naar een sfeer van ellende.

 

Door het verwijderen van verlangen en hebzucht,

samen ook met onwetendheid,

laat een bhikkhu het weten opwekken

en laat hij alle slechte bestemmingen opgeven.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.41. (2.2.4) Gemis aan wijsheid

Paññāparihīna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, die wezens hebben een groot gemis die de edele wijsheid missen. Ze leven hier en nu al in ongemak, met ergernis, problemen en leed, en bij het vergaan van het lichaam, na de dood, is een slechte bestemming te verwachten.

 

Die wezens hebben geen gemis die niet de edele wijsheid missen. Zij leven hier en nu op hun gemak, zonder ergernis, problemen en leed, en bij het vergaan van het lichaam, na de dood, is een goede bestemming te verwachten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Zie de wereld met haar devas,

berooid van wijsheid,

gevestigd in naam en vorm,

dit opvattend als de waarheid.

 

Wijsheid die leidt naar het doordringen

is het beste ding in de wereld;

hierdoor begrijpt men volledig

het einde van zowel geboorte als bestaan.

 

Goden en menselijke wezens houden dierbaar

degenen die ontwaakten, steeds oplettend,

die vreugdevolle wijsheid bezitten,

die hun laatste lichaam dragen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.42. (2.2.5) De heldere beschermers

Sukkadhamma sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, twee heldere dingen beschermen de wereld. Welke twee? Schaamte en morele vrees, angst om iets verkeerds te doen. Bhikkhus, als deze twee heldere dingen de wereld niet zouden beschermen, dan zou men geen respect waarnemen voor moeder of voor de tante van moeders kant, of voor de vrouw van een broer van moeders kant, of voor de echtgenote van een leraar, of voor de vrouwen van andere personen die verering waard zijn.

De wereld zou zich dan vermengen zoals geiten, schapen, kippen, varkens, honden en jakhalzen. Maar omdat deze twee heldere dingen de wereld beschermen, daarom kan men respect waarnemen voor moeder of voor de tante van moeders kant, of voor de vrouw van een broer van moeders kant, of voor de echtgenote van een leraar, of voor de vrouwen van andere personen die verering waard zijn.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Degenen in wie schaamte en morele vrees, angst om iets verkeerds te doen

niet voortdurend gevonden worden,

zij zijn afgeweken van de heldere wortel

en zijn terug geleid naar geboorte en dood.

 

Maar degenen in wie schaamte en angst om iets verkeerds te doen

voortdurend aanwezig zijn,

vol vrede, volgroeid in het heilige leven,

zij maken een einde aan hernieuwd bestaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.43. (2.2.6) Het niet geborene

Ajāta sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er is een ongeboren, ongeworden, ongeschapen, niet samengesteld iets. Bhikkhus, als dit ongeboren, ongeworden, ongeschapen, niet samengestelde iets er niet zou zijn, dan was hier geen ontsnapping aan het geborenene, gewordene, geschapen, samengestelde waar te nemen. Maar omdat er een ongeboren, ongeworden, ongeschapen, niet samengesteld iets is, daarom is hier een ontsnapping aan het geborene, gewordene, geschapene, gevormde waar te nemen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

“Het geborene, geschapene, geproduceerde,

het gemaakte, samengestelde, het niet blijvende,

verbonden met verval en dood,

een nest van ziekte, aan bederf onderhevig,

voortgekomen uit voedingsstoffen en het snoer van verlangen, -

dat is niet geschikt om er behagen in te scheppen.

 

Het ontkomen er aan is het vredige,

boven redeneren uitgaande, altijd blijvende,

het niet geborene, het niet geproduceerde,

de leedvrije sfeer die leeg is van smetten,

het beëindigen van staten verbonden met lijden,

het tot stilstand komen van het geconditioneerde - gelukzaligheid.”

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It. 44. (2.2.7) Het Nibbana-element

Nibbānadhātu sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn twee elementen van het Nibbana. Welke twee? Het Nibbana-element met een rest (van verbindingen) en het Nibbana-element zonder een rest (van verbindingen).

Bhikkhus, wat is het Nibbana-element met een rest? Daar is een bhikkhu een volmaakte heilige, iemand bij wie de smetten zijn vernietigd, die het heilige leven heeft vervuld, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, die het doel heeft bereikt, die de boeien van bestaan heeft vernietigd en die volledig bevrijd is door uiteindelijk weten. Maar zijn vijf zintuiglijke vaardigheden blijven onaangetast; daardoor ondervindt hij nog wat aangenaam en wat onaangenaam is, en voelt hij plezier en pijn. Diens opdroging van gehechtheid, haat en waan - dat noemt men het Nibbana-element met een rest.

Bhikkhus, wat nu is het Nibbana-element zonder een rest? Daar is een bhikkhu een volmaakte heilige, iemand bij wie de smetten zijn vernietigd, die het heilige leven heeft vervuld, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, die het doel heeft bereikt, die de boeien van bestaan heeft vernietigd en die volledig bevrijd is door uiteindelijk weten. Voor hem zal hier in dit leven alles dat ondervonden wordt, waaraan hij geen enkel genoegen meer heeft, uitgedoofd worden. Bhikkhus, dat noemt men het Nibbana-element zonder een rest. Bhikkhus, dit zijn de twee Nibbana-elementen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Deze twee Nibbana-elementen zijn hier bekend gemaakt

door degene die Ziet, helder en zonder gehechtheid:

het ene is het element dat men hier en nu ziet

met een rest, maar met het koord van bestaan vernietigd;

het andere, dat geen rest heeft voor de toekomst,

is dat waarin alle vormen van bestaan

geheel en al verdwijnen.

 

Na de ongeconditioneerde staat begrepen te hebben,

bevrijd in de geest, met het koord van bestaan vernietigd,

zij hebben het wezen van de Dhamma bereikt.

Zich verheugende over de vernietiging (van verlangen)

hebben die serene personen alle bestaan opgegeven.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.45. (2.2.8) Afzondering

Patisallāna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, leef zo, dat jullie verheugd zijn over afzondering, leef zo, dat jullie blij zijn met afzondering, houdt jullie bezig met het beoefenen van innerlijke geestelijke kalmte, verwaarloos meditatie niet, leef zo dat jullie inzicht hebben, bezoek vaak lege plaatsen. Wanneer jullie zo leven, kunnen twee vruchten verwacht worden: uiteindelijk weten hier en nu of, als er nog een rest van verontreinigingen is, de staat van niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Degenen met een vredige geest, wijs,

oplettend en toegewijd aan meditatie,

zien de dingen helder en juist,

en verlangen niet naar zintuiglijke genoegens.

 

Zij die in vrede zijn, die graag ijverig streven,

die gevaar zien in onachtzaamheid,

zij zijn niet in staat om terug te vallen

en zijn dicht bij Nibbana.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.46. (2.2.9) Zegen van de oefening

Sikkhānisamsa sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, leef zo, dat jullie de zegen van de oefening beseffen, het bereiken van hogere wijsheid, de essentie van de bevrijding en het beheersen van oplettendheid. Bhikkhus, als jullie zo leven, dan kunnen twee vruchten verwacht worden: uiteindelijk weten hier en nu of, als er nog een rest van verontreinigingen is, de staat van niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand die de oefening heeft voltooid,

niet in staat om afvallig te worden,

die hogere wijsheid heeft verkregen,

en het einde van geboorte ziet, -

die wijze draagt zijn laatste lichaam,

en nadat hij eigenwaan heeft achtergelaten,

hem noem ik iemand die boven alle ouderdom en verval uit is gegaan.

 

Laten jullie daarom altijd graag mediteren,

geconcentreerd, met vurige energie,

bhikkhus, bij het zien van het einde van geboorte,

laten jullie Mara en zijn leger verslaan,

en laten jullie gaan naar gene zijde van geboorte en dood.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.47. (2.2.10) Waakzaam

Jāgariya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, een bhikkhu moet waakzaam zijn; hij moet oplettend leven, helder bewust, geconcentreerd, gelukkig en kalm, en hij moet weten wanneer het passend is om die dingen te ontplooien die heilzaam zijn. Bhikkhus, wie zo leeft, kan twee vruchten verwachten: uiteindelijk weten hier en nu of, als er nog een rest van verontreinigingen is, de staat van niet wederkeer.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Jullie die waakzaam zijn, luistert hiernaar:

jullie die liggen te slapen, ontwaakt.

Waakzaam zijn is beter dan slapen;

voor degene die waakzaam is, er is geen angst.

 

Degene die waakzaam is en oplettend,

helder bewust, en geconcentreerd,

blij en kalm in zijn gedachten,

hij zal door juist onderzoek van de Dhamma

met verenigde geest op tijd

de duisternis van onwetendheid vernietigen.

 

Wees daarom toegewijd aan waakzaamheid,

wees een vurig, wijs, mediterende bhikkhu.

Na de boei van geboorte en verval te hebben verbroken

kan men hier en nu Verlichting

bereiken die het hoogste is.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It. 48. (2.2.11) Staat van ellende

Āpāyika sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, de volgende twee personen zullen naar een staat van ellende gaan, naar de hel als zij hun gedrag niet opgeven. Welke twee personen? Het is de persoon die, zonder het heilige leven te leiden, voorgeeft een heilig leven te leiden, en het is de persoon die iemand anders die het heilige leven in volledige zuiverheid voert, er vals van beschuldigd dat leven niet te leiden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Degene die iemand vals beschuldigt, gaat naar de hel,

en ook degene die de daad die hij deed ontkent.

Zij worden aan elkaar gelijk na de dood:

personen van lage daden in de andere wereld.

 

Veel bedriegers dragen het gele gewaad

hoewel zij slecht geaard en onbeheerst zijn.

Vanwege hun slechte daden

worden die slechten in de hel geboren.

 

Voor degene die immoreel en onbeheerst is,

is het veel beter

een vurige hete ijzeren bal in te slikken

dan dat hij de aalmoezen van het land eet.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

t.49. (2.2.12) Twee visies

IDitthigata sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, door twee soorten van visies blijven sommige goden en mensen achter en sommige van hen gaan te ver; alleen degenen met visie zien.

 

En hoe, bhikkhus, blijven sommigen achter? Goden en mensen zijn blij met het bestaan, zijn verheugd over het bestaan, zijn tevreden met het bestaan. Wanneer aan hen de Dhamma is onderwezen voor het beëindigen van het bestaan, dan worden zij niet erdoor aangesproken, zij verkrijgen er geen vertrouwen in, nemen er geen genoegen mee noch zijn zij de Dhamma toegeneigd. Bhikkhus, op deze manier blijven sommigen achter.

 

Bhikkhus, en hoe gaan anderen te ver? Wel, sommigen zijn verontrust door, beschaamd door en hebben een afkeer van dit bestaan, en zij zijn blij met (de gedachte van) niet-bestaan, waarbij zij beweren: “Beste mensen, in zoverre als dit zelf bij het vergaan van het lichaam bij de dood is vernietigd en verwoest en na de dood niet meer bestaat - dat is vredig, dat is uitstekend, dat is de werkelijkheid.” Bhikkhus, zo gaan sommigen te ver.

 

En bhikkhus, hoe zien degenen met visie? Daar ziet een bhikkhu het gewordene als geworden. Nadat hij het gewordene op die manier als geworden heeft gezien, oefent hij zich op de weg om zich af te wenden, voor ontmoediging, voor het beëindigen van wat geworden is. Bhikkhus, zo zien degenen met visie.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Na het gewordene als geworden

gezien te hebben,

gaande bovenuit wat geworden is,

is hij bevrijd in overeenstemming met de waarheid,

door het verlangen naar bestaan uit te drogen.

 

Wanneer een bhikkhu zo volledig datgene

heeft begrepen wat als zodanig is geworden,

vrij van verlangen ernaar dit of dat te zijn,

door de uitdoving van wat geworden is

komt hij niet meer tot vernieuwing van bestaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

3. Tika-nipata. De groep van drie

Itivuttaka 50-99

It.50. (3.1.1) Wortels van het onheilzame

Mūla sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn drie wortels van het onheilzame? Welke drie? Begeerte is een wortel van het onheilzame en afkeer, haat is een wortel van het onheilzame en onwetendheid, waan is een wortel van het onheilzame. Dat zijn de drie wortels van het onheilzame.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Begeerte, haat en onwetendheid,

die binnen in iemand zelf zijn ontstaan,

benadelen een mens die iets kwaads van plan is,

zoals de eigen vrucht

de groei van de bamboestam vernietigt.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.51. (3.1.2) Drie elementen

Dhātu sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn drie elementen. Welke drie? Het vorm-element, het vormloze element en het element van beëindiging. Dat zijn de drie bereiken.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

"Degenen die het vorm-element volledig begrijpen

zonder in het vormloze element te blijven vastzitten,

zij zijn bevrijd in de opheffing

en laten de dood ver achter zich.

 

Na met het eigen lichaam het doodloze element

te hebben aangeraakt, dat vrij is van hechten,

na het opgeven te hebben verwerkelijkt

van hechten, met alle smetten verwijderd,

verkondigt de volmaakt Verlichte

het oord zonder zorgen, dat zonder smetten is.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.52. (3.1.3) Drie gevoelens

Pathamavedanā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie gevoelens zijn er. Welke drie? Aangenaam gevoel, pijnlijk gevoel, en noch aangenaam noch pijnlijk gevoel.

Dat zijn de drie gevoelens.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een discipel van de Boeddha,

geconcentreerde, helder begrijpend

en oplettend, kent gevoelens

en de oorsprong van de gevoelens,

waar zij verdwijnen, en het pad

dat leidt naar de volledige vernietiging ervan.

Met de vernietiging van gevoel heeft een bhikkhu,

vrij van verlangen, Nibbana bereikt.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.53. (3.1.4) Drie gevoelens

Dutiyavedanā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie gevoelens zijn er. Welke drie? Aangenaam gevoel, pijnlijk gevoel, noch aangenaam noch pijnlijk gevoel.

 

Bhikkhus, het aangename gevoel is te beschouwen als lijden, het pijnlijke gevoel is te beschouwen als een pijl, het noch aangename noch pijnlijke gevoel is te beschouwen als vergankelijk.

Bhikkhus, wanneer een bhikkhu deze drie gevoelens zo heeft beschouwd, dan noemt men hem een edele die juist ziet. Hij heeft verlangen afgesneden, de boeien vernietigd, en door volledig eigenwaan te begrijpen heeft hij een einde gemaakt aan het lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Men ziet het aangename als lijden,

en ziet pijn als een pijl,

men ziet als vergankelijk het vredige gevoel

dat niet aangenaam noch pijnlijk is.

 

Een dergelijke bhikkhu die juist ziet,

is daardoor goed bevrijd.

Volmaakt in kennis, in vrede,

die wijze heeft alle banden overwonnen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.54. (3.1.5) Drie verlangens

Pathamaesanā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn deze drie verlangens. Welke drie? Het verlangen naar zinnelijke bevrediging, het verlangen naar bestaan, het verlangen naar een heilig leven. Dat zijn de drie verlangens.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een discipel van de Boeddha,

geconcentreerd, helder begrijpend

en oplettend, kent de soorten van verlangens

en de oorsprong ervan,

waar zij eindigen, en het pad

dat naar de volledige vernietiging ervan leidt.

Met de vernietiging van verlangens heeft een bhikkhu,

vrij van verlangen, Nibbana bereikt.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.55. (3.1.6) Drie wensen

Dutiyaesanā Sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn drie vormen van verlangen. Welke drie? Het verlangen naar zinnelijke bevrediging, het verlangen naar bestaan, het verlangen naar een heilig leven.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Het verlangen naar de zinnelijk genot, het verlangen naar bestaan,

het verlangen naar een heilig leven van iemand

die zijn standpunt inneemt

en dat vast voor de waarheid houdt -

die verlangens zijn opeenhopingen van obstakels.

 

Voor een bhikkhu die geheel kalm is

en bevrijd door het vernietigen van begeerte,

zijn verlangens opgegeven

en is het standpunt van visies ontworteld.

Met de vernietiging van verlangens is een bhikkhu

vrij van wensen en van twijfel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.56. (3.1.7) De smetten (1)

Pathamaāsava sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie smetten zijn er. Welke drie? De smet van zinnelijk verlangen, de smet van bestaan, de smet van onwetendheid. Dit zijn de drie smetten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een discipel van de Boeddha,

Geconcentreerd, helder begrijpend

en oplettend, kent de smetten

en de oorsprong van de smetten,

waar zij eindigen en het pad

dat leidt naar de volledige vernietiging ervan.

Met de vernietiging van de smetten heeft

een bhikkhu, zonder wensen, Nibbana bereikt.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.57. (3.1.8) De smetten (2)

Dutiyāsava sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie smetten zijn er. Welke drie? De smet van zinnelijk verlangen, de smet van bestaan, de smet van onwetendheid. Dit zijn de drie smetten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand voor wie de smet van wensen

naar zinnelijke genietingen is verwoest,

die onwetendheid heeft geëlimineerd

en de smet van bestaan heeft uitgedroogd -

een dergelijk iemand is bevrijd zonder hechten.

Na Māra en zijn leger verslagen te hebben

draagt hij zijn laatste lichaam.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.58. (3.1.9) Drie soorten verlangens

Tanhā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie verlangens zijn er. Welke drie? Het verlangen naar zinnelijke genietingen, het verlangen naar bestaan, het verlangen naar niet-bestaan. Dit zijn de drie verlangens.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Degenen die geboeid zijn door de band van verlangen,

wier hart er behagen in schept dit of dat te zijn,

zij zijn mensen in de slavernij van Mara

die geen vrijheid van slavernij genieten.

Dergelijke wezens blijven in samsara,

gaan verder van geboorte naar dood.

 

Maar zij die verlangen hebben opgegeven,

die vrij zijn van verlangen naar dit of dat te zijn,

bereikt hebbende de vernietiging van de smetten,

zijn zij, hoewel in de wereld, naar de overkant gegaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.59. (3.1.10) Māra’s domein

Māradheyya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, in het bezit van drie dingen is een bhikkhu buiten het domein van Mara gekomen en straalt hij als de zon. Welke drie dingen? Daar is een bhikkhu in het bezit van het aggregaat van deugdzaamheid van de niet-lerende, is in het bezit van het aggregaat van concentratie van de niet-lerende, is in het bezit van het aggregaat van wijsheid van de niet-lerende. Dit zijn de drie dingen in het bezit waarvan een bhikkhu buiten het domein van Mara is gegaan en straalt als de zon.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Deugdzaamheid, concentratie en wijsheid -

iemand in wie deze drie goed zijn ontplooid,

straalt als de zon

nadat hij buiten Mara’s domein is gegaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.60. (3.2.1) Verdienste

Puññakiriyavatthu sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

De volgende drie dingen zijn een basis voor verdienste, namelijk:

het geven is een basis voor verdienste;

de deugdzaamheid is een basis voor verdienste;

het ontwikkelen van de geest is een basis voor verdienste.

Dat zijn de drie dingen die een basis zijn voor verdienste.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Oefent u in daden van verdienste,

die langdurend geluk voortbrengen:

edelmoedigheid, een evenwichtig leven,

en een liefdevol gemoed.

 

Wie deze drie dingen heeft ontwikkeld,

daden die met geluk gezegend zijn,

die wijze persoon wordt herboren in geluk

in een gelukkige wereld zonder zorgen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.61. (3.2.2) Drie ogen

Cakkhu sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie ogen zijn er. Welke drie?

Het vleselijke oog, het goddelijke oog en het oog van de wijsheid.

Bhikkhus, dat zijn de drie ogen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Het vleselijke oog, het goddelijke oog,

en het onovertroffen wijsheids-oog -

deze drie ogen werden bekend gemaakt

door de Boeddha, de hoogste onder mensen.

 

Het ontstaan van het vleselijke oog

is het pad naar het goddelijke oog,

maar het onovertroffen wijsheids-oog

is dat vanwaar weten ontstaat.

Door het verkrijgen van een dergelijk oog

is men bevrijd van alle lijden.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.62. (3.2.3) Drie krachten

Indriya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie krachten zijn er. Welke drie? De kracht van de zekerheid: "Ik zal uiteindelijk te weten komen wat nog niet uiteindelijk te weten is gekomen"; de kracht van uiteindelijk weten; en de kracht van degene die uiteindelijk weten heeft.

Bhikkhus, dat zijn de drie krachten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Voor de lerende die oefent

in overeenkomst met het rechtstreekse pad,

komt kennis van vernietiging als eerste,

en uiteindelijk weten volgt direct daarna.

 

Door dat uiteindelijk weten bevrijd,

door het vernietigen van de boeien van bestaan

heeft de serene de zekerheid:

wordt dan aldus de boodschap verkondigd:

"Onwankelbaar is mijn bevrijding."

 

Begiftigd met deze kracht

verheugt de vredige zich in de vredige staat.

Na Māra en zijn leger verslagen te hebben

draagt hij zijn laatste lichaam.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.63. (3.2.4) De drie tijden

Addhā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn drie tijden. Welke drie? De verleden tijd, de toekomstige tijd, en de tegenwoordige tijd. Dit zijn de drie tijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Waarnemende wat door concepten kan worden uitgedrukt,

baseren de wezens zich op wat is uitgedrukt.

door wat is uitgedrukt niet geheel te begrijpen,

komen zij in de slavernij van de dood.

 

Maar door volledig te begrijpen wat is uitgedrukt,

begrijpt men de spreker niet verkeerd.

Zijn geest heeft de vrijheid bereikt,

de onovertroffen staat van vrede.

 

Begrijpende wat is uitgedrukt,

verheugt men zich in de vredige staat.

Zijn standpunt over de Dhamma innemend,

volmaakt in weten, maakt hij vrij gebruik van concepten,

maar hij komt niet meer in het gebied van concepten.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.64. (3.2.5) Verkeerd gedrag

Duccarita sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn drie soorten verkeerd gedrag, namelijk: verkeerd gedrag in daden, verkeerd gedrag in woorden en verkeerd gedrag in gedachten. Dat zijn de drie soorten verkeerd gedrag.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Als men slecht gedrag heeft uitgevoerd

in daden, slecht gedrag in woorden

slecht gedrag in gedachten, en wat er

verder nog als verkeerd wordt beschouwd, -

als men geen goede daad verrichtte,

en veel slechte dingen deed, -

dan wordt die dwaas na het vergaan van het lichaam

wedergeboren in de hel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.65. (3.2.6) Goed gedrag

Sucarita sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn drie soorten goed gedrag, namelijk goed gedrag in daden, goed gedrag in woorden en goed gedrag in gedachten. Dat zijn de drie soorten goed gedrag.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Als men slecht gedrag in daden,

slecht gedrag in woorden,

slecht gedrag in gedachten heeft opgegeven,

en wat er verder als fout wordt beschouwd -

als men geen slechte daad verrichtte

en veel goede dingen deed, -

die wijze wordt na verval van het lichaam

wedergeboren in een hemel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.66. (3.2.7) Zuiverheid

Soceyya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie soorten van zuiverheid zijn er. Welke drie? Zuiverheid van daden, zuiverheid van taalgebruik en zuiverheid van gedachten. Dit zijn de drie zuiveringen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

In daden zuiver, zuiver in taalgebruik,

in de geest zuiver en zonder smetten, -

iemand die een dergelijke zuiverheid bezit

wordt een zuivere genoemd, iemand die alles achterliet.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.67. (3.2.8) Drievoudig stil zijn

Moneyya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie soorten van stil zijn zijn er. Welke drie? Stil zijn in daden, stil zijn in woorden, in taalgebruik en stil zijn in de geest. Dat zijn de drie soorten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

In daden stil, in woorden stil,

in de geest stil en zonder smetten,

een wijze die een dergelijk stil zijn bezit,

wordt genoemd iemand die gezuiverd is van het kwaad.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.68. (3.2.9) Gehechtheid (1)

Pathamarāga sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, in wie gehechtheid niet is opgegeven, in wie haat niet is opgegeven, in wie begoocheling niet is opgegeven, van hem zegt men dat hij in de slavernij is van Mara, dat hij gevangen is in de strik van Mara, en dat hij aan de gunst van het kwaad is overgeleverd.

 

Bhikkhus, in wie gehechtheid is opgegeven, in wie haat is opgegeven, in wie begoocheling is opgegeven, van hem zegt men dat hij vrij is van de slavernij is van Mara; hij heeft de strik van Mara weggegooid en is niet aan de gunst van het kwaad overgeleverd.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand die gehechtheid heeft vernietigd

samen met haat en onwetendheid,

heet iemand die innerlijk ontwikkeld is,

een opperste Tathagata geworden,

ontwaakt aan Brahma gelijk,

vrij van vijandschap, angst:

zo noemt men hem die alles achterliet.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.69. (3.2.10) Gehechtheid (2)

Dutiyarāga sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, in welke bhikkhu of bhikkhuni gehechtheid niet is opgegeven, haat niet is opgegeven, begoocheling niet is opgegeven, van die persoon zegt men dat hij of zij iemand is die de oceaan niet heeft overgestoken met zijn kleine of grote golven, draaikolken, haaien en demonen.

Maar in welke bhikkhu of bhikkhuni gehechtheid is opgegeven, haat is opgegeven, begoocheling is opgegeven, van die persoon zegt men dat hij of zij iemand is die de oceaan heeft overgestoken met zijn kleine of grote golven, draaikolken, krokodillen en demonen. Van die persoon zegt men: “De brahmaan is aan de overkant aangekomen, staat op vaste grond.”

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand die gehechtheid heeft vernietigd

samen met haat en onwetendheid,

hij heeft deze oceaan overgestoken

met zijn haaien en demonen,

en met zijn angstwekkende golven

die zo moeilijk zijn over te steken.

 

Hij is elke boei te boven gekomen,

heeft de dood achter zich gelaten,

hij is vrij geworden van zich vasthechten,

heeft het lijden opgegeven en de vernieuwing van bestaan.

Verdwenen, hij kan niet omschreven worden, zeg ik,

hij heeft de koning van de dood in de war gebracht.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.70. (3.3.1) Zelf gezien

Micchāditthika sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, ik heb wezens gezien met slecht gedrag in daden, woorden en gedachten, die kwaad spreken over de edelen, die een verkeerde visie hebben en die verschillende daden verrichten vanwege hun verkeerde visie. Na verval van het lichaam, na de dood worden die wezens wedergeboren in een staat van ellende, in een slechte bestemming, een staat van verderf, in de hel. Bhikkhus, Ik zeg dit zonder het van een andere asceet of brahmaan te hebben gehoord. Maar omdat ik het zelf heb ingezien, zelf heb gezien en waargenomen, daarom zeg ik dit over die wezens.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een individu hier met

een verkeerd gerichte geest,

die verkeerde woorden uit,

en verkeerde daden verricht,

iemand met weinig kennis,

die in dit korte leven niets verdienstelijks doet,

die dwaas wordt bij het verval van het lichaam

wedergeboren in de hel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.71. (3.3.2) Zelf gezien

Sammāditthika sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, ik heb wezens gezien met goed gedrag in daden, woorden en gedachten, die geen kwaad spreken over de edelen, die een juiste visie hebben en die verschillende daden verrichten vanwege hun juiste visie. Na verval van het lichaam, na de dood worden die wezens wedergeboren in een goede bestemming, een hemelse wereld. Bhikkhus, Ik zeg dit zonder het van een andere asceet of brahmaan te hebben gehoord. Maar omdat ik het zelf heb ingezien, zelf heb gezien en waargenomen, daarom zeg ik dit over die wezens.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een individu hier met

een juist gerichte geest,

die juiste woorden uit,

en goede daden verricht,

iemand met veel kennis,

die in dit korte leven veel verdienstelijks doet,

die wijze wordt bij het verval van het lichaam

wedergeboren in de hemel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.72. (3.3.3) Ontsnapping

Nissaraniya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie soorten van ontsnappen zijn er. Welke drie? Het ontsnappen aan zinnelijke begeerten - dat is verzaking. Het ontsnappen aan vormen - dat is het vormloze. En het ontsnappen aan wat er ergens is geworden, samengesteld, oorzakelijk ontstaan, - dat is het beëindigen. Bhikkhus, dat zijn de drie ontsnappingen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Als men de ontsnapping aan zinnelijke begeerte kent,

en het overwinnen van vormen,

dan bereikt iemand wiens energie steeds vurig is

het tot stilstand komen van alle formaties.

 

Een dergelijke bhikkhu die juist ziet,

is daardoor goed bevrijd;

volmaakt in weten, in vrede,

heeft die wijze alle banden overwonnen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.73. (3.3.4) Vrediger

Santatara sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, het vormloze is vrediger dan de sfeer met vorm, en beëindiging is vrediger dan het vormloze.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Die wezens die tot vorm zijn gekomen,

en die wezens die gevestigd zijn in het vormloze,

als zij beëindiging niet weten,

komen zij weer tot een nieuw bestaan.

 

Maar zij die vormen volledig begrijpen,

zonder vast te blijven zitten in het vormloze,

zij zijn bevrijd in beëindiging

en laten de dood achter zich.

 

Na in eigen persoon het doodloze element aangeraakt te hebben, dat vrij is van hechten,

na het afstand doen van hechten

verwerkelijkt te hebben, vrij van alle smetten,

verkondigt de Volledig Ontwaakte

het oord zonder zorgen, dat leeg is van bezoedelingen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.74. (3.3.5) Ouders en zonen

Putta sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie soorten van zonen zijn er in de wereld. Welke drie? De zoon die de ouders overtreft, de gelijkwaardige zoon, de zoon die door de ouders overtroffen wordt.

Bhikkhus, en hoe overtreft een zoon de ouders? Daar heeft een zoon ouders die geen toevlucht hebben genomen tot de Boeddha, tot de Dhamma en tot de Sangha; die zich niet onthouden van doden, stelen, verkeerd gedrag in zinnelijke verlangens, die niet afzien van verkeerd taalgebruik en van het gebruik van bedwelmende drank die naar onachtzaamheid leidt; die ondeugdzaam zijn en een slecht gedrag hebben. De zoon evenwel heeft zijn toevlucht genomen tot de Boeddha, tot de Dhamma en tot de Sangha; hij ziet af van doden, stelen, verkeerd gedrag in zinnelijke verlangens, liegen, en het gebruik van bedwelmende drank die naar onachtzaamheid leidt; hij is deugdzaam en heeft een goed gedrag. Bhikkhus, zo overtreft een zoon zijn ouders.

Bhikkhus, en hoe is een zoon gelijkwaardig? Daar heeft een zoon ouders die de drievoudige toevlucht hebben genomen, die de vijf regels van goed gedrag navolgen, die deugdzaam zijn en zich goed gedragen. Zij nu hebben een zoon die ook zo is. Bhikkhus, zo is een zoon gelijkwaardig.

Bhikkhus, en hoe wordt een zoon door zijn ouders overtroffen? Daar heeft een zoon ouders die de drievoudige toevlucht hebben genomen, die de vijf regels van goed gedrag navolgen, die deugdzaam zijn en zich goed gedragen. Maar zij hebben een zoon die niet de drievoudige toevlucht heeft genomen, die niet de vijf regels van goed gedrag navolgt, die niet deugdzaam is en een slecht gedrag heeft. Zo wordt een zoon door de ouders overtroffen.

Dit zijn de drie soorten van zonen die er in de wereld zijn.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De wijze mensen wensen een zoon

die overtreft of die gelijk is.

Zij wensen niet een zoon

die lager is, die een schande is

voor de familie.

 

Maar zulke zonen in de wereld als dezen

die toegewijde lekenvolgelingen zijn,

die uitblinken in vertrouwen en deugd,

vrijgevig, zonder egoïsme,

zij stralen in bijeenkomsten

zoals de maan in onbewolkte nacht.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.75. (3.3.6) Regen

Avutthika sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie soorten van personen zijn er in de wereld. Welke drie? De persoon die is als een wolk zonder regen, de persoon die plaatselijk regent en, de persoon die overal regent.

Bhikkhus, welke soort van persoon is als een wolk zonder regen? Daar geeft een persoon niet aan iedereen iets; hij geeft geen eten, drinken, kleding, wagens, guirlanden, geuren, zalven, bedden, onderdak en lampen aan asceten en brahmanen, aan de armen, behoeftigen en hulpbehoevenden. Die soort van persoon is als een wolk zonder regen.

Bhikkhus, welke soort van persoon regent plaatselijk? Daar geeft een persoon aan sommigen maar aan anderen niet. Eten, drinken, kleding, wagens, guirlanden, geuren, zalven, bedden, onderdak en lampen geeft hij alleen aan sommige asceten en brahmanen, aan sommigen van de armen, behoeftigen en hulpbehoevenden, maar niet aan anderen. Dat is de soort van persoon die plaatselijk regent.

Bhikkhus, welke is de soort van persoon die overal regent? Daar geeft een persoon aan allen. Hij geeft eten, drinken, kleding, wagens, guirlanden, geuren, zalven, bedden, onderdak en lampen aan alle asceten en brahmanen, aan de armen, behoeftigen en hulpbehoevenden. Dit is de soort van persoon die overal regent.

Bhikkhus, deze drie soorten van personen zijn in de wereld te vinden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Aan asceten niet, noch aan brahmanen,

noch aan de armen en behoeftigen

deelt hij uit wat hij bezit

aan eten en drinken en aan goederen;

die lage persoon noemt men

“iemand die is als een regenloze wolk.”

 

Aan sommigen geeft hij niet,

aan anderen geeft hij aalmoezen;

zo iemand noemen wijze mensen

“iemand die plaatselijk regent.”

 

Iemand die bekend is voor zijn overvloed,

mededogend jegens alle wezens,

deelt blij aalmoezen uit.

"Geef, geef", roept hij uit.

 

Zoals een grote wolk in de storm

donderend naar beneden regent,

en de hoogten en diepten vult,

de aarde met water doordrenkend,

evenzo is een dergelijke persoon.

 

Nadat hij op een juiste manier rijkdom

heeft verworven met eigen inspanning,

bevredigt hij ten volle met eten en drinken

alle wezens die in nood leven.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.76. (3.3.7) Het geluk

Sukhapatthanā sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, laat de wijze die naar deze drie soorten van geluk streeft, deugdzaam gedrag bewaren. Welke drie?

Ernaar strevende "Lofprijzing moge tot mij komen," laat de wijze daarbij deugdzaam gedrag bewaren. Ernaar strevende "Moge ik rijk worden", laat de wijze daarbij deugdzaam gedrag bewaren. Ernaar strevende "Bij het verval van het lichaam, na de dood moge ik dan wedergeboren worden in een goede bestemming, in een hemelse wereld", laat de wijze daarbij deugdzaam gedrag bewaren. Als men naar deze drie soorten van geluk streeft, laat de wijze dan deugdzaam gedrag bewaren.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wanneer hij naar drie soorten van geluk streeft,

laat de wijze deugdzaamheid bewaren:

lofprijzing, het verkrijgen van rijkdom

en na de dood vreugde in een hemel.

 

Als iemand die zelf geen kwaad doet,

omgang heeft met een kwaaddoener,

verdenkt men hem van kwaad,

en zijn kwade naam neemt toe.

 

Met wie men hier vriendschap onderhoudt

met wie men omgaat,

men wordt van gelijke kwaliteit,

men wordt als zijn metgezel.

 

De volger en de gevolgde,

degene die aanraakt en de aangeraakte,

zij zijn als een pijl die met gif is bedekt

en de pijlkoker waarin hij is, bevlekt.

Laat de wijze uit vrees voor bezoedeling

geen slechte vrienden hebben.

 

Wanneer iemand rotte vis

in bladen van kusa-gras wikkelt,

dan ruikt het kusa-gras toch vies:

zo is het met degenen die dwazen volgen.

 

Maar wanneer iemand tagara poeder

in het brede blad van een boom wrijft,

dan gaat het blad geurig ruiken;

zo is het met degenen die wijze mensen volgen.

 

Laat de wijze daarom, zoals met het blad-omhulsel,

het resultaat op zichzelf betrekken,

de ondeugdzame moet niet gevolgd worden,

een wijze persoon moet de deugdzame volgen.

De ondeugdzamen leiden iemand naar de hel,

de deugdzamen helpen iemand om de hemel te bereiken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.77. (3.3.8) Aan verval onderhevig

Bhidura sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, dit lichaam is aan verval onderhevig, bewustzijn is van een natuur om te vergaan, en alle objecten van hechten zijn onbestendig, niet tevredenstellend en aan verandering onderhevig.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wie het lichaam als vergankelijk heeft ingezien,

en bewustzijn als onderhevig aan verdwijnen,

wie de angst, het gevaar in objecten van hechten heeft gezien

hij heeft geboorte en dood overwonnen;

hij heeft opperste vrede verwerkelijkt,

met kalme geest wacht hij zijn tijd af.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.78. (3.3.9) Afhankelijk van hun aard

Dhātusosamsandana sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, afhankelijk van hun aard verbinden en verenigen wezens zich met andere wezens: wezens met een lage neiging verbinden en verenigen zich met wezens met een lage neiging, wezens met een goede neiging verbinden en verenigen zich met wezens met een goede neiging. Dat was zo in het verleden, dat zal zo zijn in de toekomst, en het is zo in het heden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Uit omgang ontstaat het dichte struikgewas van verlangen.

het wordt afgesneden door niet omgang.

Zoals iemand die op een houten plank drijft,

in de machtige oceaan zou zinken,

evenzo zinkt iemand met een deugdzaam leven

wanneer hij omgang heeft met een leegloper.

Vermijdt daarom een inactief persoon,

iemand die zich weinig inspant.

Leef met diegenen samen die afgezonderd leven,

de edelen vastbesloten en zelf-verdiept,

die altijd energiek zijn en wijs.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.79. (3.3.10) Achteruitgang

Parihāna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, drie dingen laten de bhikkhu in opleiding terugvallen. Welke drie? Daar is de bhikkhu in opleiding verheugd over bezigheid, is blij met een bezigheid, is aan de vreugde over bezigheid vastgemaakt. Hij verheugt zich over praten, is blij met praten, is aan de vreugde over praten vastgemaakt. Hij verheugt zich over slapen, is blij met slapen, aan de vreugde over slapen vastgemaakt. Deze drie dingen laten de bhikkhu in opleiding terugvallen.

 

Bhikkhus, drie dingen leiden ertoe dat de bhikkhu in opleiding niet terugvalt. Welke drie? Daar verheugt de bhikkhu in opleiding zich niet over bezigheid, praten en slapen, is er niet blij mee, is niet vastgemaakt aan de vreugde eraan. Deze drie dingen leiden ertoe dat de bhikkhu in opleiding niet terugvalt.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een bhikkhu die van activiteit houdt,

rusteloos, wie graag praat en slaapt,

hij zal nooit in staat zijn

om hoogste ontwaking te verkrijgen.

 

Laat hij daarom weinig plichten hebben,

laat hij luiheid en rusteloosheid opgeven;

een dergelijke bhikkhu is wel in staat

om hoogste ontwaking te verkrijgen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.80. (3.4.1) Drie onheilzame gedachten

Vitakka sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, drie onheilzame gedachten zijn er. Welke drie? Een gedachte die zich ermee bezighoudt niet veracht te worden; een gedachte die zich bezighoudt met winst, eer en roem; een gedachte die zich bezighoudt met betrokkenheid bij de aangelegenheden van anderen. Bhikkhus, dit zijn de drie onheilzame gedachten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wie niet veracht wil worden,

wie winst, eer, aanzien zoekt,

wie graag in gezelschap is,

is ver van de vernietiging van boeien.

 

Maar na zonen en haarden verlaten te hebben,

gezinsleven en zijn bezittingen,

een dergelijke bhikkhu is wel in staat

om hoogste ontwaking te verkrijgen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.81. (3.4.2) Eer en niet-eer

Sakkāra sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, Ik heb wezens gezien die door het ontvangen van eer overweldigd waren en in het hart geobsedeerd; bij het verval van het lichaam, na de dood werden zij herboren in een staat van ellende, op een slecht pad, in een staat van verderfenis, in de hel.

Bhikkhus, ik heb wezens gezien die door het niet ontvangen van eer overweldigd waren en in het hart geobsedeerd; bij het verval van het lichaam, na de dood werden zij herboren in een staat van ellende, op een slecht pad, in een staat van verderfenis, in de hel.

Bhikkhus, ik heb wezens gezien die door het ontvangen van eer en het niet ontvangen van eer overweldigd waren en in het hart geobsedeerd; bij het verval van het lichaam, na de dood werden zij herboren in een staat van ellende, op een slecht pad, in een staat van verderfenis, in de hel.

Bhikkhus, ik zeg dit niet omdat ik het van een andere asceet of brahmaan gehoord heb. Maar omdat ik het zelf heb onderkend, gezien, waargenomen, daarom zeg ik dat.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Diegene die ijverig leeft

met onverstoorde concentratie,

zowel wanneer men hem verering brengt,

als wanneer hij geen eerbetoon ontvangt;

 

voortdurend mediterend, begiftigd

met subtiele visie en inzicht,

in het genot van de vernietiging van hechten, -

een dergelijk iemand noemt men ‘een edele man’.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.82. (3.4.3) Vreugdevolle uitingen

Devasadda sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie vreugdevolle uitingen van de goden weerklinken van tijd tot tijd bij bepaalde gelegenheden onder de goden. Welke drie?

Op een tijd waarin een edele discipel, na zijn haar en baard afgeschoren te hebben en het gele gewaad heeft aangetrokken, van plan is om van huis in de huisloosheid te vertrekken, op een dergelijke tijd weerklinkt onder de goden de vreugdevolle uiting van de goden: "Een edele discipel is van plan met Mara te vechten." Dit is de eerste vreugdevolle uiting die van tijd tot tijd bij een bepaalde gelegenheid onder de goden weerklinkt.

Bhikkhus, verder dan: op het moment dat een edele discipel zich bezig houdt met het ontplooien van de zeven groepen van factoren die het ontwaken bevleugelen, op die tijd weerklinkt onder de goden de vreugdevolle uiting: "Een edele discipel vecht met Mara." Dit is de tweede vreugdevolle uiting die van tijd tot tijd bij een bepaalde gelegenheid onder de goden weerklinkt.

Bhikkhus, verder dan: op het moment dat een edele discipel door het verwerkelijken door zijn eigen directe kennis, hier en nu binnengaat in en verblijft in de bevrijding van het hart en de bevrijding door wijsheid die smetteloos zijn door de vernietiging van de smetten, op die tijd weerklinkt onder de goden de vreugdevolle uiting: "Een edele discipel heeft de strijd gewonnen; hij stond aan het front van de strijd en leeft nu zegevierend." Bhikkhus, dit is de derde vreugdevolle uiting die van tijd tot tijd bij een bepaalde gelegenheid onder de goden weerklinkt.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Bij het zien dat hij de strijd heeft gewonnen

eren zelfs de goden hem,

de discipel van de volmaakt Verlichte,

een grote, die vrij van schroom is:

 

"Verering aan u die van goede afkomst bent,

gij die een moeilijke strijd hebt gewonnen,

na het leger van de dood te hebben verslagen

bent u ongehinderd in bevrijding.

 

Zo prijzen de goden hem in hoge mate,

degene die het doel heeft bereikt,

want zij zien in hem geen grond

voor onderwerping aan de macht van de dood.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.83. (3.4.4.) De vijf voortekenen

Pañcapubbanimitta sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, wanneer een god op het punt staat uit de kring van de goden heen te gaan, worden vijf voortekenen zichtbaar: zijn bloemenkransen verwelken, zijn gewaden worden onrein, onder zijn oksels breekt zweet uit, zijn lichamelijke uitstraling verdwijnt, en de god voelt zich op zijn hemelse troon niet meer comfortabel.

Wanneer de goden de voortekenen zien dat deze god op het punt staat heen te gaan, moedigen zij hem in drie dingen aan met de woorden: "Ga van hier, vriend, ga naar een goede bestemming. Als je naar een goede bestemming bent gegaan, verwerf dan wat goed is te verwerven. Als je verworven hebt wat goed is te verwerven, wordt er dan stevig in gevestigd.”

 

Na deze woorden vroeg een zekere bhikkhu aan de Verhevene: "Eerwaarde Heer, wat geldt bij de goden als een goede bestemming? Wat geldt bij de goden als een winst die goed is te verwerven? Wat geldt bij de goden als stevig gevestigd"

"Bhikkhus, het bestaan als mens geldt bij de goden als een goede bestemming. Wanneer men, mens geworden, vertrouwen krijgt in de leer en discipline die door de Tathagata zijn onderwezen, dan geldt dit bij de goden als een winst die goed is te verwerven. Wanneer zijn vertrouwen dan standvastig in hem is, stevig wortel heeft geschoten, gevestigd en sterk, zodat geen asceet en geen brahmaan, geen god, geen Mara noch Brahma noch iemand anders in de wereld het kan vernietigen, dit geldt bij de goden als stevig gevestigd."

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wanneer een god wiens leven is uitgeput,

vanuit het gezelschap van de goden heengaat,

moedigen de goden hem

op drie manieren aan met de woorden:

 

"Vriend, ga naar een goede bestemming,

naar het gezelschap van mensen.

en als je een mens bent, krijg onovertroffen

vertrouwen in de juiste leer.

 

Als het vertrouwen standvastig is gemaakt,

als het verworteld is en stevig staat,

dan zal het onwrikbaar zijn een leven lang

in de ware leer die goed verkondigd is.

 

Na slecht gedrag met het lichaam te hebben opgegeven,

en eveneens slecht gedrag in taalgebruik,

slecht gedrag met de geest en wat er

verder als een fout geldt,

 

na veel goeds te hebben gedaan

zowel met lichaam als met taal,

en nadat goeds is gedaan met een geest

die grenzeloos is en vrij van hechten,

 

met die verdienste als een basis

rijkelijk gemaakt door vrijgevigheid,

bevestig andere mensen

in de ware leer en het heilige leven."

 

Wanneer de goden weten dat een god

op het punt staat uit hun midden heen te gaan,

dan moedigen zij hem uit mededogen aan:

“kom hier terug, god, steeds weer.”

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.84. (3.4.5) Tot welzijn van velen

Bahujanahita sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, drie wezens verschijnen in de wereld tot welzijn van velen, voor het geluk van velen, uit mededogen met de wereld, tot heil, welzijn en geluk van goden en mensen. Welke drie?

Bhikkhus, daar verschijnt de Tathagata in de wereld, de heilige, de volmaakt Verlichte, met volmaakte kennis en volmaakt gedrag, de Verhevene, een kenner van de wereld, de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden, de leraar van goden en mensen, de Verlichte, de Verhevene. Hij onderwijst de leer die goed is in het begin, die goed is in het midden en die goed is aan het einde; hij onderwijst ze met juiste betekenis en formulering, en hij verkondigt het heilige leven in de vervulling en volledige zuiverheid ervan. Bhikkhus, dit is de eerste persoon die in de wereld verschijnt voor het welzijn van velen, uit mededogen voor de wereld, tot heil, welzijn en geluk van goden en mensen.

 

Bhikkhus, verder: er is een discipel van die Leraar, die een heilige is, iemand wiens neigingen zijn vernietigd, bij wie het heilige leven vervuld is, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft neergelegd, het doel heeft bereikt, die de boeien van bestaan vernietigd heeft en die volledig bevrijd is door uiteindelijk weten. Hij onderwijst de leer die goed is in het begin, die goed is in het midden en die goed is aan het einde; hij onderwijst ze met juiste betekenis en formulering, en hij verkondigt het heilige leven in de vervulling en volledige zuiverheid ervan.

Bhikkhus, dit is de tweede persoon die in de wereld verschijnt voor het welzijn van velen, uit mededogen voor de wereld, tot heil, welzijn en geluk van goden en mensen.

 

Bhikkhus, verder: er is een discipel van die Leraar, die een oefenende op het pad is, die veel heeft geleerd en die een deugdzaam gedrag heeft. Ook hij onderwijst de leer die goed is in het begin, die goed is in het midden en die goed is aan het einde; hij onderwijst ze met juiste betekenis en formulering, en hij verkondigt het heilige leven in de vervulling en volledige zuiverheid ervan.

Bhikkhus, dit is de derde persoon die in de wereld verschijnt voor het welzijn van velen, uit mededogen voor de wereld, tot heil, welzijn en geluk van goden en mensen.

Bhikkhus, deze drie wezens verschijnen in de wereld, tot welzijn van velen, voor het geluk van velen, uit mededogen met de wereld, tot heil, welzijn en geluk van goden en mensen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De Leraar, de grote wijze,

is de eerste in de wereld,

gevolgd door de discipel

wiens kalmte volmaakt is;

en dan de oefenende op het pad,

iemand die veel heeft geleerd

en die deugdzaam is.

 

Deze drie zijn de besten

onder goden en mensen:

zij brengen licht, verkondigen de leer,

en openen de poort naar het doodloze,

zij bevrijden veel mensen van de slavernij.

 

Zij die het pad volgen

dat goed onderwezen is door de Weergaloze,

de leider van de karavaan, zij die ijverig zijn

in de boodschap van de Verhevene,

maken een einde aan dukkha

hier al tijdens het leven.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.85. (3.4.6) Drie contemplaties

Asubhānupassī sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, laten jullie contempleren over de walgelijkheid van het lichaam; laten jullie vast gegrondvest zijn bij het oplettend in- en uitademen; laten jullie contempleren over de onbestendigheid van alle samengestelde dingen.

Voor degenen die veel over het walgelijke in het lichaam contempleren, wordt de neiging tot lust wat betreft het element van schoonheid opgegeven. Wanneer oplettendheid bij het ademhalen bij iemand innerlijk goed gevestigd is, dan blijven er geen neigingen meer van niet ter zake doende gedachten die ergernis van de geest produceren. Voor degenen die veel contempleren over de onbestendigheid van alle formaties, wordt onwetendheid opgegeven en ontstaat weten.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Contempleren over de walgelijkheid in het lichaam,

oplettend zijn bij het in- en uitademen,

steeds ijverig en helder het tot rust komen

van alle samengestelde dingen zien;

 

een dergelijk bhikkhu, die juist ziet

wordt daardoor goed bevrijd.

Volmaakt in weten, in vrede,

heeft die wijze alle slavernij overwonnen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.86. (3.4.7) Overeenkomstig de leer

Dhammānudhammapatipanna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Met betrekking tot een bhikkhu die oefent overeenkomstig de leer, is dit de juiste manier voor het omschrijven van: ‘oefenen overeenkomstig de leer’. Wanneer hij spreekt, dan spreekt hij alleen over de leer, niet over niet-leer. Wanneer hij denkt, dan denkt hij alleen gedachten over de leer, niet gedachten over niet-leer.

Door deze twee te vermijden, leeft hij in gelijkmoedigheid, oplettend en helder bewust.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een bhikkhu die blij is met de leer

en die zich over de leer verheugt,

die de leer overweegt,

valt niet af van de juiste leer.

 

Bij het lopen of bij het staan,

bij het zitten of bij het liggen,

met zijn geest innerlijk bedwongen,

bereikt hij blijvende vrede.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.87. (3.4.8) Blind makend

Andhakaranna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie soorten van onheilzame gedachten veroorzaken blindheid, gebrek aan visie en afwezigheid van weten; zij belemmeren wijsheid, leiden naar ergernis en zijn niet bevorderlijk voor Nibbana. Welke drie? Een zinnelijke gedachte, een gedachte van kwaadwil en een gedachte van geweld. Dat zijn die drie onheilzame gedachten die blindheid, gebrek aan visie en afwezigheid van weten produceren en die niet bevorderlijk zijn voor Nibbana.

Bhikkhus, deze drie soorten van heilzame gedachten maken niet blind en produceren visie, weten en de toename van wijsheid; zij leiden niet naar ergernis en zijn bevorderlijk voor Nibbana. Welke drie? Een gedachte van verzaking, een gedachte van liefdevolle vriendelijkheid en een gedachte van geweldloosheid. Bhikkhus, dat zijn de drie heilzame gedachten die blindheid verwijderen, die visie en weten produceren en de toename van wijsheid en die bevorderlijk zijn voor Nibbana.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Drie heilzame overwegingen moeten gekoesterd worden,

drie onheilzame gedachten moeten verworpen worden.

Iemand die zo dergelijke series van gedachten stopt,

zoals een regenbui een wolk van stof [tot rust brengt],

met een geest die dergelijke gedachten heeft bedwongen,

bereikt in dit leven de staat van vrede.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.88. (3.4.9) Innerlijke vlekken

Antarāmala sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie zijn innerlijke vlekken, innerlijke vijanden, innerlijke rivalen, innerlijke moordenaars, innerlijke tegenstanders op de weg. Welke drie? Bhikkhus, begeerte is een innerlijke vlek, haat is een innerlijke vlek en verblinding is een innerlijke vlek. Dat zijn de drie innerlijke vlekken, innerlijke vijanden, innerlijke rivalen, innerlijke moordenaars, innerlijke tegenstanders op de weg.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Begeerte baart onheil,

begeerte brengt het hart in beroering;

mensen begrijpen dat niet als

een gevaar dat innerlijk geproduceerd is.

 

Een begerig persoon kent het goede niet,

een begerig persoon ziet de leer niet;

verblindende duisternis heerst dan

wanneer begeerte een mens overweldigt.

 

Maar iemand die begeerte heeft opgegeven,

verlangt niet naar wat hebzucht uitnodigt.

Begeerte valt van hem af

als een druppel water van een lotusblad.

 

Haat baart onheil,

haat brengt het hart in beroering,

mensen begrijpen dat niet als

een gevaar dat innerlijk geproduceerd is.

 

Een hatende kent het goede niet,

een hatende ziet de leer niet;

verblindende duisternis heerst dan

wanneer haat een mens overweldigt.

 

Maar iemand die haat heeft opgegeven,

wordt niet boos door wat aanzet tot boosheid.

Boosheid valt van hem af

zoals een palmyra vrucht van de stengel.

 

Verblinding brengt onheil,

verblinding brengt het hart in beroering,

mensen begrijpen dat niet als

een gevaar dat innerlijk geproduceerd is.

 

Iemand die verblind is kent het goede niet,

iemand die verblind is ziet de leer niet;

verblindende duisternis heerst dan

wanneer verblinding een mens overweldigt.

 

Maar iemand die verblinding heeft opgegeven,

is niet verbijsterd door verwarrende dingen.

Hij maakt een einde aan alle verblinding,

zoals het opkomen van de zon een einde maakt aan de duisternis.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.89. (3.4.10) Devadatta

Devadatta sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, door drie soorten van slechtheid overweldigd en in het hart omsponnen zal Devadatta onvermijdelijk naar een staat van ellende gaan, naar de hel, voor de duur van een aeon. Door welke drie? Door slechte verlangens overweldigd en omsponnen; door slechte vrienden overweldigd en in het hart omsponnen; en hoewel er nog meer te doen was geweest, stopte hij halverwege vanwege het verkrijgen van een onbeduidend resultaat van onderscheid. Bhikkhus, dat zijn de drie soorten van slechtheid.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Waarlijk, niemand die naar het kwade verlangde,

is in deze wereld wedergeboren.

Weet hierdoor wat de bestemming is van degenen

die leven in de greep van slechte verlangens.

 

Ik hoorde hoe Devadatta was

beschouwd als een wijs man,

iemand ontwikkeld in meditatie,

die als het ware van roem straalde.

 

Omdat hij zichzelf gelijk achtte,

viel hij de Tathagata aan,

en ging naar de verschrikkelijke plaats met vier poorten,

avici, de grote hel.

 

Wanneer iemand iets beraamt tegen een onschuldige,

die geen slechte daad verrichtte,

dat kwaad treft slechts degene

met een verdorven hart en zonder respect.

 

Wie denkt dat hij de oceaan

kan vervuilen met een kom vol gif,

die zal daartoe niet in staat zijn, -

want die watermassa is ontzaglijk groot.

 

Precies zo is het bij het met scheldwoorden aanvallen

van de Tathagata die volmaaktheid heeft bereikt

en die steeds met een vredig gemoed vertoeft, -

scheldwoorden hebben geen effect op hem.

 

Laat een wijze met een dergelijke bevriend zijn,

en hem steeds navolgen;

een bhikkhu die een dergelijk pad volgt,

kan het einde van lijden bereiken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.90. (3.5.1) Hoogste vertrouwen

Aggappasāda sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, deze drie hoogste soorten van vertrouwen zijn er. Welke drie?

Wat er ook bestaat aan wezens, hetzij voetlozen, tweevoeters, viervoeters, of veelvoeters, wezens met vorm of zonder vorm, bewust of onbewust of noch bewust noch onbewust, als hoogste onder hen geldt de Tathagata, de heilige, de volmaakt Verlichte. Zij die vertrouwen hebben in de Boeddha, hebben vertrouwen in het hoogste, en voor hen met vertrouwen in de Hoogste, zal het resultaat het hoogste zijn.

 

Bhikkhus, wat er ook bestaat aan gevormde en ongevormde dingen, als hoogste eronder geldt de onthechting, dat is het bedwingen van ijdelheid, de vernietiging van verlangen, het verwijderen van het ergens aan hechten, het beëindigen van de kring (van wedergeboorten), de verwoesting van begeerte, onthechting, beëindiging, Nibbana. Zij die vertrouwen hebben in de leer van onthechting, hebben vertrouwen in het hoogste, en voor hen met vertrouwen in het hoogste, zal het resultaat het hoogste zijn.

 

Bhikkhus, wat er ook bestaat aan gemeenschappen of groepen, als hoogste eronder geldt de gemeenschap van de discipelen van de Tathagata, dat is, de vier paren van personen, de acht individuen. Deze gemeenschap van de discipelen van de Tathagata is gaven waard, is gastvrijheid waard, is donaties waard, is waard eerbiedig gegroet te worden, is het onovertroffen veld van verdienste in de wereld. Zij die vertrouwen hebben in deze gemeenschap, hebben vertrouwen in de hoogste, en voor hen met vertrouwen in de Hoogste, zal het resultaat het hoogste zijn.

 

Bhikkhus, dit zijn de drie hoogste soorten van vertrouwen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Dit is het hoogste voor degenen met vertrouwen,

voor degenen die de hoogste Dhamma kennen:

die vertrouwen hebben in de Boeddha als hoogste,

die offergaven waard is, onovertroffen;

 

wie vertrouwen heeft in de leer als hoogste,

de vrede van onthechting, gelukzaligheid,

wie vertrouwen heeft in de Sangha als hoogste,

een veld van verdiensten, onovertroffen.

 

Wie aan de hoogsten gaven geeft,

voor hem neemt de hoogste verdienste toe;

een gelukkig leven en schoonheid,

roem, reputatie, geluk en kracht.

 

De wijze die aan de Hoogste geeft,

geconcentreerd op de hoogste Dhamma,

of hij een god wordt of een mens,

hij verheugt zich als hij het hoogste bereikt.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.91. (3.5.2) Een middel van bestaan

Jīvika sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, dit is een verachtelijk middel van bestaan, dit verzamelen van aalmoezen. Bhikkhus, in de wereld is het is een vorm van belediging te zeggen: "Jij aalmoezen-verzamelaar. Je loopt rond met een nap in je hand." Toch is dit middel van bestaan door jonge mannen van goede families op zich genomen, vanwege een reden, omwille van een doel. Zij zijn er niet toe gedwongen door koningen noch door rovers noch vanwege een schuld of uit vrees noch vanwege verlies van een alternatief middel van bestaan, maar met de gedachte: “Wij zijn belaagd door geboorte, ouderdom en dood, door leed, gejammer, pijn, verdriet en wanhoop; overweldigd door onvoldaanheid, lijden, getroffen door onvoldaanheid, lijden. Misschien kan een einde ontdekt worden aan deze hele massa van lijden.”

Bhikkhus, zo is die jongeman van goede familie vertrokken (uit het huis in de huisloosheid), maar hij kan begerig zijn naar objecten van verlangens, vol hevige zinnelijke begeerte, kwaadwillend, bedorven in denken, onoplettend, zonder begrip (van de leer), ongeconcentreerd, met een rondzwervende geest en met onbeheerste vermogens. Juist zoals een stuk hout uit een brandstapel, aan beide uiteinden verkoold en in het midden met uitwerpselen besmeerd, noch in het dorp noch in het bos als (brand)hout kan dienen, evenzo vergelijk ik deze persoon: hij heeft het plezier gemist van een gezinshoofd, toch vervult hij niet het doel van het leven als asceet.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Hij heeft het genot van een leek gemist,

en ook dit leven van ascese, de man zonder geluk.

het ruinerende, gooit hij het weg,

en gaat te gronde als hout van een brandstapel.

 

Veel beter is het voor hem om

een roodgloeiende ijzeren bal te verslinden

dan dat hij, immoreel en onbeheerst,

de aalmoezen van het land eet.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.92. (3.5.3) Wie de leer ziet, ziet mij

Sanghātikanna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, zelfs als een bhikkhu de rand van mijn gewaad vasthield en stap voor stap dicht achter mij liep, als hij begerig is naar objecten van verlangen, vol hevige zinnelijke begeerte, kwaadwillend, bedorven in denken, onoplettend, zonder begrip (van de leer), ongeconcentreerd, met een rondzwervende geest en met onbeheerste vermogens, dan is hij ver van mij verwijderd en ik van hem. En om welke reden? Deze bhikkhu ziet de leer niet; en wie de leer niet ziet, ziet mij niet.

Bhikkhus, zelfs als een bhikkhu honderd mijl van mij verwijderd was, als hij niet begerig is naar objecten van verlangens, niet vol hevige zinnelijke begeerte, niet kwaadwillend, niet bedorven in denken, niet onoplettend, maar gevestigd met oplettendheid, met helder begrip, geconcentreerd, met een verenigde geest en met beheerste vermogens, dan is hij dicht bij mij en ik bij hem. En om welke reden? Deze bhikkhu ziet de leer, en wie de leer ziet, ziet mij.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Zelfs als hij dicht achter mij loopt,

vol met verlangens en boosheid,

kijk hoe ver verwijderd hij is -

degene met begeerte van de begeerteloze,

de niet uitgedoofde van de uitgedoofde,

een hebzuchtige van degene zonder hebzucht.

 

Maar een wijze, die door directe kennis

de leer volledig heeft begrepen,

wordt begeerteloos en rustig

juist zoals een kalm onverstoord meer.

 

Zie hoe dicht hij bij hem is -

de begeerteloze bij de begeerteloze,

de uitgedoofde bij de uitgedoofde,

de begeerteloze bij degene zonder begeerte.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.93. (3.5.4) De vuren

Aggi sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn deze drie vuren. Welke drie? Het vuur van begeerte, het vuur van haat, het vuur van verblinding.

Bhikkhus, deze drie vuren zijn er.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Het vuur van begeerte verbrandt stervelingen

die dwaas ingenomen zijn door zinnelijke genietingen;

het vuur van haat verbrandt kwaadwillenden

die andere levende wezens doden;

 

het vuur van verblinding verbrandt de waanzinnigen,

die onwetend zijn van de edele Dhamma.

Niet op de hoogte van deze drie vuren

verheugen de mensen zich in persoonlijk bestaan.

 

Onbevrijd van de boeien van Mara

laten zij de gelederen van de hellen toenemen,

en ook bestaan in het dierenrijk, bij asuren-demonen

en het domein van de geesten.

 

Maar wie dag en nacht zich inspannen

om de leer van de Verlichte uit te oefenen,

steeds de walgelijkheid van het lichaam beschouwende,

zij doven het vuur van hartstocht.

 

Zij die de besten van de mensen zijn, doven

het vuur van haat door liefdevolle vriendelijkheid,

en zij doven het vuur van verblinding

door wijsheid die leidt tot doordringing.

 

Na deze vuren te hebben uitgedoofd,

onvermoeid 's nachts en overdag,

bereiken die wijzen uiteindelijk Nibbana

en overwinnen alle lijden.

 

De edele zieners, meesters in weten,

de wijzen, met volmaakt begrip,

door directe kennis van het einde van geboorte

gaan zij niet meer naar een nieuw bestaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.94. (3.5.5) Onderzoeken

Upaparikkha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, laat een bhikkhu zo onderzoeken dat, als hij onderzoekt, zijn bewustzijn niet wordt afgeleid en naar buiten verspreid, en innerlijk niet vast is. En zo, door niets vast te grijpen, door zich nergens aan te hechten, blijft hij onverstoord.

Als zijn bewustzijn niet wordt afgeleid en naar buiten verspreid, en innerlijk niet vast is, en als hij door niets vast te grijpen onverstoord blijft, dan is er geen tot ontstaan komen in de toekomst van geboorte, ouderdom, dood en lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wanneer een bhikkhu de zeven banden

heeft opgegeven, en het snoer afsneed,

die heeft de kring van geboorten opgedroogd,

voor hem is er geen verder bestaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.95. (3.5.6) Zinnelijk verlangen

Kāmūpapatti sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn drie manieren om de objecten van zinnelijk verlangen te verkrijgen. Welke drie? Er zijn die objecten van zinnelijk verlangen die al bestaan, er is de manier van degenen die ze graag scheppen, en er is de manier van degenen die heersen over de objecten die door anderen zijn geschapen. Dat zijn de drie manieren om de objecten van zinnelijk verlangen te verkrijgen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Zij die zich verheugen over wat bestaat,

die goden die controle uitoefenen,

zij die graag scheppen

en anderen die zich verheugen in zinnelijke objecten,

in deze staat of een andere

kunnen zij samsara niet overwinnen.

 

Dit gevaar begrijpende

dat bestaat in objecten van zinnelijk genot,

laat de wijze alle zinnelijke genietingen opgeven,

zowel de hemelse als de menselijke.

 

Door de stroom van begeerte te doorbreken,

- de stroom die bestaat uit begeerte

naar prettige, verleidelijke vormen,

en die zo moeilijk is over te steken, -

bereiken zij uiteindelijk Nibbana

en overwinnen zij al het lijden.

 

De edele zieners, meesters in weten,

de wijzen met volmaakt begrip,

door directe kennis van het einde van geboorte

komen zij niet meer tot een nieuw bestaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.96. (3.5.7) De banden

Kāmayoga sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord.

 

Bhikkhus, iemand die gebonden is door de band van zinnelijk verlangen en door de band van bestaan, is een wederkerende, iemand die naar deze staat hier terug keert.

Iemand die bevrijd is van de band van zinnelijk verlangen maar die nog gebonden is door de band van bestaan, is een niet-wederkerende, iemand die niet naar deze staat terug komt.

Iemand die bevrijd is van de band van zinnelijk verlangen en bevrijd van de band van bestaan, is een heilige, iemand in wie de smetten zijn vernietigd.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Geboeid door deze beide banden -

de zinnelijke band en de band van bestaan -

blijven levende wezens leven in samsara,

en gaan van geboorte naar dood.

 

Zij die zinnelijke verlangens opgeven

maar die de vernietiging van de smetten niet hebben bereikt,

gebonden door de band van bestaan,

hen noemt men niet-wederkerenden.

 

Maar zij die alle twijfels hebben afgesneden,

die eigenwaan hebben vernietigd en hernieuwd bestaan,

die de volledige vernietiging van de smetten bereiken,

zij zijn, hoewel in de wereld, aan de andere oever aangekomen.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.97. (3.5.8) Voortreffelijk

Kalyānasīla sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, een bhikkhu die een voortreffelijk gedrag heeft, een voortreffelijk aard en voortreffelijke wijsheid, heet in deze leer en discipline iemand die geheel volmaakt is, iemand die de vervulling heeft bereikt, de hoogste van de mensen.

En hoe is een bhikkhu voortreffelijk in gedrag? Bhikkhus, daar is de bhikkhu deugdzaam, hij leeft beteugeld binnen de grenzen die volgens de regels van discipline bestaan, hij is begiftigd met volmaakt gedrag en toevlucht; hij ziet gevaar in de geringste fout, hij volgt de regels van oefening en oefent zich erin. Op die manier is een bhikkhu iemand met voortreffelijk gedrag. Zo is hij met voortreffelijk gedrag.

En hoe is hij voortreffelijk van aard? Bhikkhus, daar ontplooit een bhikkhu de zeven groepen van de factoren van Verlichting. Op die manier is een bhikkhu iemand met een voortreffelijke aard. Zo is hij voortreffelijk in gedrag en voortreffelijk van aard.

En hoe is hij voortreffelijk in wijsheid? Bhikkhus, daar treedt een bhikkhu door verwerkelijking door zijn eigen direct weten, hier en nu binnen in en vertoeft in de bevrijding van het gemoed en de bevrijding door wijsheid welke smetteloos zijn door de vernietiging van de smetten. Op die manier is een bhikkhu iemand met voortreffelijke wijsheid.

Zo is hij voortreffelijk in gedrag, voortreffelijk van aard en voortreffelijk in wijsheid. In deze leer en discipline heet hij iemand die volledig volmaakt is, iemand die vervulling heeft bereikt en die de hoogste is van de mensen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Een gewetensvolle bhikkhu

die op geen enkele manier iets verkeerds doet,

noch in daden, woorden of gedachten,

heet ‘iemand met voortreffelijk gedrag.’

 

Een bescheiden bhikkhu

die goed de staten heeft ontplooid

die naar Verlichting leiden,

heet ‘iemand met voortreffelijke aard’.

 

Een smetteloze bhikkhu

die het einde van dukkha hier

voor zichzelf begrijpt,

heet ‘iemand met voortreffelijke wijsheid’.

 

Wie in deze drie dingen uitmuntend is,

onbewogen, met twijfel vernietigd,

niet meer gehecht aan de hele wereld,

hij heet ‘iemand die alles heeft opgegeven’.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.98. (3.5.9) Twee soorten gaven

Dāna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn twee soorten van geven, namelijk het geven van materiële dingen en het geven van de leer. Van deze twee is het geven van de leer het hoogste.

Er zijn twee soorten van steun, namelijk steun bestaande in materiële dingen en steun bestaande in de leer. Van deze twee is het geven van steun bestaande in de leer het hoogste.

Er zijn twee soorten hulp, namelijk de materiële hulp en de hulp van de leer. Van deze twee is de hulp van de leer de hoogste.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Het geven dat men het hoogste is en onovertroffen noemt,

de gave die de Verhevene zelf hoog geprezen heeft,

welke wijze, wetende,

met vertrouwen in dat hoogste veld van verdienste,

zou niet willen geven op de passende tijd?

 

Voor hen die het verkondigen

en voor hen die ernaar luisteren,

vol vertrouwen in de leer van de Verhevene,

voor beiden is het hoogste goed volledig gezuiverd

omdat zij ijverig in de leer leven.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.99. (3.5.10) Het drievoudige weten

Tevijja sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, ik verkondig dat iemand door de Dhamma een brahmaan wordt die de drievoudige kennis heeft; ik heb dit niet van een ander overgenomen omdat hij overtuigend kan praten en reciteren. En hoe verkondig ik dat iemand door de Dhamma een brahmaan wordt die de drievoudige kennis heeft?

 

Bhikkhus, daar herinnert een bhikkhu zich aan een verscheidenheid aan vroegere levens, d.w.z. één leven, twee levens, aan drie, vier, vijf, 10, 20, 30, 40, 50, 100, 1000, 100.000 levens, veel aeonen van wereld-vergaan, veel aeonen van wereld-ontstaan, veel aeonen van zowel wereld-vergaan als wereld-ontstaan. Hij herinnert zich: 'Daar was ik, die naam had ik, tot die familie behoorde ik, dat was mijn stand, dat mijn beroep, een dergelijk wel en wee heb ik ervaren, zo was mijn levenseinde, vandaar heengegaan kwam ik ergens anders weer in het bestaan. Zo herinnert hij zich aan veel verschillende vroegere vormen van bestaan, met elk de specifieke kenmerken en details.

Dat is het eerste weten dat door hem verkregen wordt. Onwetendheid is verdreven, weten ontstaat; duisternis is verdreven, licht ontstaat, zoals in iemand gebeurt die ijverig leeft, vurig en vastberaden.

 

Bhikkhus, verder: met het hemelse oog, dat gezuiverd is en boven het menselijke uitreikt, ziet een bhikkhu wezens heengaan en weer verschijnen, lagere en hogere, mooie en lelijke, gelukkige en ongelukkige, en hij begrijpt hoe wezens verder gaan in overeenkomst met hun daden aldus: 'Deze geachte wezens oefenden een slecht gedrag uit in daden, woorden en gedachten, zij beledigden de edelen, zij hadden verkeerde visie, en handelen als gevolg van verkeerde visie. Bij de oplossing van het lichaam, na de dood, zijn zij wedergeboren in een staat van ellende, een slechte bestemming, een staat van ondergang, in de hel.

Maar die geachte wezens oefenden goed gedrag uit in daden, woorden en gedachten, zij beledigden de edelen niet, hadden juiste visie en handelden uit juiste visie. Bij het verval van het lichaam na de dood werden zij herboren in een goede bestemming, in een hemelse wereld.' Zo ziet hij met het hemelse oog en hij begrijpt hoe wezens verder gaan in overeenkomst met hun daden.

Dat is het tweede weten dat door hem verkregen wordt. Onwetendheid is verdreven, weten ontstaat; duisternis is verdreven, licht ontstaat, zoals in iemand gebeurt die ijverig leeft, vurig en vastberaden.

 

Bhikkhus, verder treedt een bhikkhu door verwerkelijking door zijn eigen direct weten, hier en nu binnen in en verblijft er in de bevrijding van het gemoed en de bevrijding door wijsheid welke smetteloos zijn door de vernietiging van de smetten.

Dat is het derde weten dat door hem verkregen wordt. Onwetendheid is verdreven, weten ontstaat; duisternis is verdreven, licht ontstaat, zoals in iemand gebeurt die ijverig leeft, vurig en vastberaden.

 

Bhikkhus, aldus verkondig ik dat iemand door de Dhamma een brahmaan wordt die de drievoudige kennis heeft; ik heb dit niet van een ander overgenomen omdat hij overtuigend kan praten en reciteren.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wie zijn vroegere levens kent,

wie ook hemel en staten van ellende ziet,

wie ook het einde van geboorte bereikt,

een wijze en meester met direct weten -

 

Door deze drie soorten van weten wordt men

een brahmaan die het drievoudige weten heeft.

Dat noem ik het drievoudige weten,

niet wat een anders zegt en reciteert.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

 

4. Catukka-nipata. De groep van vier

Itivuttaka 100 - 112

It.100. (4.1) De brahmaan

Brāhmanadhammayāga sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, Ik ben een brahmaan, altijd toegankelijk voor smeekbeden en met open hand, iemand die zijn laatste lichaam draagt, ik ben een onovertroffen arts en chirurg. Jullie zijn mijn eigen legitieme zonen, geboren uit mijn mond, geboren uit de leer, gevormd door de leer, erfgenamen van de leer, geen erfgenamen van materiële dingen.

Bhikkhus, er zijn twee soorten van gaven: de gave van materiële dingen en de gave van de leer. Van deze twee soorten van gaven is de gave van de leer de hoogste. Er zijn twee soorten van steun: de materiële steun en de steun van de leer. Van deze twee soorten van steun is de steun van de leer het hoogst. Er zijn twee soorten van hulp: materiële hulp en de hulp van de leer. Van deze twee hulpmiddelen is de hulp van de leer het hoogst. Er zijn twee soorten van offergaven, de offergave van materiële dingen en de offergave van de leer. Van deze twee soorten van offergaven is de offergave van de leer het hoogste.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

De Tathagata die de offergave van de leer heeft gebracht,

onzelfzuchtig, uit mededogen met alle levende wezens,

levende wezens vereren een dergelijk iemand,

die boven bestaan uit is gegaan,

de hoogste onder goden en mensen,

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.101. (4.2) Gemakkelijk verkrijgbaar

Sulabha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

“Bhikkhus, deze vier dingen zijn onopvallend, gemakkelijk verkrijgbaar en onberispelijk. Welke vier? Een gewaad uit weggeworpen vodden is onopvallend, gemakkelijk verkrijgbaar en onberispelijk. Voedsel dat verzameld is op de aalmoezen-rondgang is onopvallend, gemakkelijk verkrijgbaar en onberispelijk. De voet van een boom als verblijfplaats is onopvallend, gemakkelijk verkrijgbaar en onberispelijk. Medicijn bestaande uit bedorven koeien-urine is onopvallend, gemakkelijk verkrijgbaar en onberispelijk. Bhikkhus, deze vier dingen zijn onopvallend, gemakkelijk verkrijgbaar en onberispelijk. Wanneer een bhikkhu tevreden is met deze dingen die onopvallend zijn en gemakkelijk verkrijgbaar, dan heeft hij de benodigdheden voor een leven als asceet, zeg ik.”

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Iemand die tevreden is met wat onberispelijk is,

met onopvallende en gemakkelijk verkrijgbare dingen,

hij wordt in de geest niet ongerust

wanneer hij geen plaats krijgt om er te leven,

over een gewaad om te dragen en over eten en drinken;

hij vindt nergens iets om over te klagen.

 

Dit zijn de dingen die geschikt

zijn verklaard voor een leven van asceet;

door het bezit daarvan kan een bhikkhu

tevreden en ijverig leven.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.102. (4.3) De vernietiging van de smetten

Āsavakkhaya sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, voor iemand die weet en ziet, is er de vernietiging van de smetten, zo zeg ik, niet voor degene die niet weet en niet ziet. Maar wat moet iemand weten, wat moet iemand zien tot vernietiging van de smetten? Hij moet weten en zien: "Dit is onvoldaan, niet tevreden stellend" - wie zo weet en ziet, bij hem worden de smetten vernietigd. Hij moet weten en zien: "Dit is het ontstaan van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende,” - wie zo weet en ziet, bij hem worden de smetten vernietigd. Hij moet weten en zien: “Dit is de beëindiging van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende,” - wie zo weet en ziet, bij hem worden de smetten vernietigd. Hij moet weten en zien: “Dit de weg die leidt naar het beëindigen van onvoldaanheid, het niet tevreden stellende,” - wie zo weet en ziet, bij hem worden de smetten vernietigd.

Bhikkhus, op die manier is er de vernietiging van de smetten voor iemand die weet en ziet.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Voor een lerende, iemand in opleiding die oefent

in overeenkomst met het rechtstreekse pad,

ontstaat het weten van de vernietiging als eerste,

en uiteindelijk weten volgt onmiddellijk erna.

 

Bij iemand die bevrijd is door dat uiteindelijk weten,

de allerhoogste kennis van vrijheid,

ontstaat het weten van de vernietiging:

"Aldus zijn de boeien vernietigd."

 

Beslist niet door de trage man,

noch door de dwaas die het niet begrijpt,

kan Nibbana bereikt worden,

het losmaken van alle wereldlijke banden.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.103. (4.4) Asceten en brahmanen

Samanabrāhmana sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, alle asceten en brahmanen die niet overeenkomstig de werkelijkheid begrijpen: "Dit is onvoldaanheid, het niet tevreden stellende; dit is het ontstaan van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende; dit is de beëindiging van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende; dit is de weg naar de beëindiging van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende", - deze asceten en brahmanen worden door mij niet beschouwd als ware asceten onder asceten, als ware brahmanen onder brahmanen. Deze eerwaarden leven zonder dat zij hier en nu door hun eigen directe kennis het doel hebben verwerkelijkt en bereikt van een leven als asceet, het doel van een leven als brahmaan.

Maar bhikkhus, alle asceten en brahmanen die overeenkomstig de werkelijkheid begrijpen: "Dit is onvoldaanheid, het niet tevreden stellende; dit is het ontstaan van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende; dit is de beëindiging van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende; dit is de weg naar beëindiging van onvoldaanheid, van het niet tevreden stellende", - deze asceten en brahmanen worden door mij beschouwd als ware asceten onder asceten, als ware brahmanen onder brahmanen. Deze eerwaarden hebben inderdaad hier en nu door hun eigen directe kennis het doel verwerkelijkt en bereikt van een leven als asceet, het doel van een leven als brahmaan.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Zij die het onvoldane, het niet tevreden stellende niet begrijpen,

of hoe het onvoldane, het niet tevreden stellende wordt veroorzaakt,

of waar het onvoldane, het niet tevreden stellende uiteindelijk eindigt,

alles samen zonder rest,

en zij die het pad niet kennen

dat leidt naar bevrijding van het onvoldane, het niet tevreden stellende, -

zij zijn verstoken van bevrijding van het gemoed

en missen ook bevrijding door wijsheid.

Niet in staat een einde eraan te maken

blijven zij onderhevig aan geboorte en ouderdom.

 

Maar zij die het onvoldane, het niet tevreden stellende begrijpen,

en hoe het onvoldane, het niet tevreden stellende wordt veroorzaakt,

en waar het onvoldane, het niet tevreden stellende uiteindelijk stopt,

alles samen zonder rest,

en zij die ook het pad kennen

dat leidt naar bevrijding van het onvoldane, het niet tevreden stellende, -

zij bezitten die bevrijding van het gemoed

en ook de bevrijding door wijsheid;

in staat een einde eraan te maken

zijn zij nooit meer onderhevig aan geboorte en ouderdom.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.104. (4.5) Overtreffen in deugd

Sīlasampanna sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, wat betreft die bhikkhus die uitmunten in deugd, uitmunten in concentratie, uitmunten in wijsheid, uitmunten in bevrijding, uitmunten in de kennis en visie van bevrijding, die raadgevers zijn, leraren en helpers, die kunnen aansporen, inspireren en aanmoedigen, en die bekwame leraren zijn van de ware leer - om dergelijke bhikkhus te zien is erg nuttig, zeg ik. Naar die bhikkhus te luisteren, hen te bezoeken, bij hen te wonen, zich aan hen te herinneren, hun voorbeeld te volgen in het uit het huis vertrekken in de huisloosheid, dat is erg nuttig, zeg ik. Om welke reden?

Door zulke bhikkhus na te volgen, door met hen om te gaan en bij hen te wonen, komt het aggregaat van deugd dat nog niet volledig is, tot volle ontplooiing; de aggregaten van concentratie, van wijsheid, van bevrijding en van de kennis en visie van bevrijding die nog niet volledig waren, komen tot volle ontplooiing. Zulke bhikkhus als dezen worden leraren genoemd, karavanen-leiders, verzakers van fouten, verdrijvers van duisternis, lichtbrengers, glans-makers, uitblinkers, fakkeldragers, brengers van licht, edelen, bezitters van visie.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Voor degenen die deskundig zijn

is dit een staat om vreugde te creëren, -

het leven van de Dhamma leiden

onder de edelen die volmaakt in geest zijn.

 

Zij verhelderen de ware Dhamma,

schijnen en verlichten ze,

die lichtbrengers, heldhaftige wijzen,

begiftigd met visie, fouten verwijderende.

 

Wanneer zij hun leer hebben gehoord,

komen de wijzen met volmaakt begrip,

door directe kennis van het einde van geboorte

niet meer tot een nieuw bestaan.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.105. (4.6) Begeerte

Tanhuppāda sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, er zijn vier dingen om reden waarvan bij een bhikkhu begeerte ontstaat. Welke vier? Vanwege gewaad, aalmoezenvoedsel, huisvesting en vanwege dit krijgen en dat verliezen, ontstaat bij een bhikkhu begeerte. Deze vier dingen zijn er om reden waarvan bij een bhikkhu begeerte ontstaat.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Wie zich door verlangen laat vergezellen,

hij gaat geruime tijd verder op de lange reis,

in deze staat van bestaan of in een andere,

en hij kan niet aan samsara ontsnappen.

 

Na zo het gevaar te hebben begrepen,

dat begeerte de oorsprong is van lijden,

laat een bhikkhu oplettend leven,

vrij van verlangen, zonder hechten.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.106. (4.7) Met Brahma: Het eren van ouders

Sabrahmaka sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, met Brahmâ leven die gezinnen waarin moeder en vader thuis door de kinderen worden vereerd. Met de eerste godheden leven die gezinnen waarin de ouders thuis door de kinderen worden vereerd. Met de eerste leraren leven die gezinnen waarin de ouders thuis door de kinderen worden vereerd. Met degenen die verering waard zijn leven die gezinnen waarin de ouders thuis door de kinderen worden vereerd.

Bhikkhus, ‘Brahmâ’ is een aanduiding voor moeder en vader. ‘De eerste godheden’ en ‘de eerste leraren’ en ‘degenen die verering waard zijn’ - dat zijn aanduidingen voor moeder en vader. En waarom? Omdat moeder en vader heel veel doen voor hun kinderen, zij zorgen voor hen en voeden hen op, en leren hun over de wereld.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Moeder en vader worden genoemd

‘Brahmâ’, ‘eerste leraren’

en ‘verering waard’,

omdat zij mededogend zijn

jegens hun gezin van kinderen.

 

Laat daarom de wijze hen vereren,

de verschuldigde eer aan hen geven,

hen van eten en drinken voorzien,

hun kleding en een bed geven,

hen zalven en baden

en ook hun voeten wassen.

 

Wanneer hij zulke diensten doet

voor zijn moeder en zijn vader,

wordt die wijze persoon hier al geprezen

en hierna verheugt hij zich in de hemel.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.107. (4.8) Met wederzijdse steun

Bahukāra sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, de brahmanen en gezinshoofden doen veel voor jullie, zijn jullie erg behulpzaam. Zij voorzien jullie van de benodigdheden van gewaden, voedsel, huisvesting en medicijnen in geval van ziekte. En bhikkhus, ook jullie doen veel voor de brahmanen en gezinshoofden, zijn hen erg behulpzaam omdat jullie hun de leer onderwijzen die in het begin goed is, in het midden goed is, aan het einde goed is, met de juiste betekenis en formuleren ervan, en omdat jullie het heilige leven verkondigen in zijn volmaaktheid en volledige zuiverheid. Bhikkhus, zo wordt dit heilige leven geleid met wederzijdse steun, om de stroom over te steken en om volledig een einde te maken aan dukkha, onvoldaanheid, lijden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Gezinshoofden en ook huislozen,

ieder een steun voor de ander,

beiden voltooien de ware leer, -

de onovertroffen veiligheid tegen slavernij.

 

Van gezinshoofden krijgen de huislozen

deze elementaire levensbenodigdheden,

gewaden om te dragen en een huisvesting

om de ontberingen van de seizoenen te verdrijven.

 

Door op iemand met goed gedrag te vertrouwen,

stellen leken die graag thuis wonen,

vertrouwen in de waardigen, de heiligen

met edele wijsheid en die graag mediteren.

 

Omdat zij de leer in dit leven uitoefenen,

het pad dat leidt naar een goede bestemming,

genieten zij die plezier wensen

van het genot van de goddelijke wereld.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.108. (4.9) Misleidend

Kuha sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, alle bhikkhus die bedriegers zijn, koppig, kletsers, zwendelaars, arrogant en niet geconcentreerd, die bhikkhus zijn geen volgelingen van mij. Zij hebben zich van deze leer en discipline afgewend en zij zullen daarin niet tot groei, vooruitgang en ontwikkeling komen.

Maar die bhikkhus die geen bedriegers zijn, geen kletsers, maar wijs, gedwee en goed geconcentreerd, die bhikkhus zijn inderdaad volgelingen van mij. Zij hebben zich niet van deze leer en discipline afgewend en zij zullen daarin tot groei, vooruitgang en ontwikkeling komen.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Bedriegers, koppigen, kletsers,

zwendelaars, arrogant en zonder concentratie, -

dezen maken geen vooruitgang in de leer

die onderwezen is door de Volledig Verlichte.

 

Geen bedriegers, geen kletsers, wijs,

gedwee, goed geconcentreerd, -

degenen zoals dezen gaan vooruit in de leer

die onderwezen is door de Volledig Verlichte.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.109. (4.10) De stroom van de rivier

Nadīsota sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, stel dat een man werd meegevoerd door de stroming van een rivier die lieflijk en aangenaam leek. Maar een scherpziende man zag hem vanaf de oever en riep: "Beste man, jij wordt weliswaar door de lieflijk en aangenaam lijkende stroom van de rivier meegevoerd, maar daar beneden is een meer met woelige golven en draaikolken, krokodillen en demonen. Als jij dat bereikt, kom je ten dode of krijg jij dodelijke pijn." Bhikkhus, nadat hij de woorden van die man aan de oever gehoord had, roeit die man met handen en voeten tegen de stroom in.

Bhikkhus, deze gelijkenis heb ik gegeven om jullie iets duidelijk te maken. Dit nu is de zin ervan:

 

‘De stroom van de rivier’ is een synoniem voor begeerte.

‘Lieflijk en aangenaam lijkend’ is een synoniem voor de zes innerlijke zintuiglijke gebieden.

‘Het meer daar beneden’ is een synoniem voor de vijf lagere boeien.

‘Woelige golven’ is een synoniem voor ergernis en frustratie.

‘Draaikolken’ is een synoniem voor de vijf strengen van zinnelijke genietingen.

‘Krokodillen en demonen’ is een synoniem voor de vrouwen.

‘Tegen de stroom in’ is een synoniem voor verzaking.

‘Roeien met handen en voeten’ is een synoniem voor het inzetten van energie.

‘De scherpziende man die op de oever staat’ is een synoniem voor de Tathagata, de Heilige, de volmaakt Verlichte.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Laat men, als men toekomstige veiligheid tegen slavernij verlangt,

zinnelijke lust opgeven, hoe pijnlijk dit ook is te doen.

Juist begrijpende met wijsheid,

met een geest die goed bevrijd is,

kan men stap voor stap vrijheid bereiken.

 

Hij die een meester is in weten,

die het heilige leven leidde,

hij wordt genoemd iemand die naar het einde van de wereld is gegaan,

iemand die de andere oever heeft bereikt.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.110. (4.11) In alle lichaamshoudingen

Cara sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, indien bij een bhikkhu tijdens het lopen, staan, zitten of liggen een gedachte van zinnelijk verlangen of een gedachte van kwaadwil of een gedachte van geweld opkomt en indien hij ze tolereert en niet verwerpt, verdrijft, zich er niet van ontdoet, ze niet tot verdwijnen brengt, dan zal die bhikkhu bij wie het op een dergelijke manier ontbreekt aan ijver en die niet bang is om iets verkeerds te doen, voortdurend lui en traag genoemd worden.

Maar, bhikkhus, indien bij een bhikkhu tijdens het lopen, staan, zitten of liggen een gedachte van zinnelijk verlangen of een gedachte van kwaadwil of een gedachte van geweld opkomt en indien hij ze niet tolereert maar ze verwerpt, ze verdrijft, zich ervan ontdoet, ze tot verdwijnen brengt, dan zal die bhikkhu die op een dergelijke manier ijverig is en bang is om iets verkeerds te doen, voortdurend energiek en vastberaden genoemd worden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Tijdens het lopen of staan,

tijdens het zitten of liggen,

wie zulke gedachten denkt

die slecht zijn en wereldlijk,

hij volgt een verkeerd pad,

verblind met waanvoorstellingen.

Een dergelijke bhikkhu is niet in staat

om hoogste Verlichting te bereiken.

 

Maar wie bij het lopen of staan,

bij het zitten en ook bij het liggen

overwegingen tot rust brengt,

verheugd over de rust van overwegen,

een dergelijke bhikkhu is in staat

om hoogste Verlichting te bereiken.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It.111. (4.12) Volmaakt in deugd

Sampannasīla sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

Bhikkhus, laten jullie leven volmaakt in deugdzaamheid, volmaakt in de praktijk van de regels van discipline, en beteugeld door het zelfbedwang van de regels. Volmaakt in gedrag en toevlucht, gevaar ziende in de geringste fouten, laten jullie je oefenen in de regels van oefening die jullie hebben opgenomen. Bhikkhus, wanneer jullie volmaakt leven in deugdzaamheid, volmaakt in de praktijk van de regels van discipline, en beteugeld door het zelfbedwang van de regels, volmaakt in gedrag en toevlucht, gevaar ziende in de geringste fouten, wat moet er dan nog verder gedaan worden?

Indien bij het lopen, staan, zitten en neerliggen een bhikkhu vrij is van begeerte en kwaadwil, vrij is van traagheid en luiheid, vrij is van rusteloosheid en piekeren, en hij twijfels heeft opgegeven, dan wordt zijn energie sterk en onbuigzaam, zijn oplettendheid is waakzaam en onverward, zijn lichaam is kalm en ongestoord, zijn geest is geconcentreerd en op één punt gericht. Een bhikkhu die op een dergelijke manier ijverig is en bang om iets verkeerds te doen, wordt genoemd iemand die voortdurend energiek is en vastberaden.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

Beheerst bij het lopen,

beheerst bij het staan,

beheerst bij het zitten,

beheerst bij het liggen,

beheerst bij het buigen en

strekken van zijn ledematen, -

boven, kruiselings in het midden en beneden,

zover als de wereld zich uitstrekt,

laat een bhikkhu gadeslaan hoe dingen verschijnen,

het ontstaan en vergaan van de verschijnselen.

 

Aldus ijverig levend,

met kalm en rustig gedrag,

altijd oplettend, oefent hij in de richting van kalme gemoedsrust.

Een dergelijke bhikkhu wordt genoemd

iemand die altijd vastbesloten is.

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

It. 112. (4.13) De wereld en de Tathāgata

Loka sutta

 

Dit is gezegd door de Heer, gezegd door de heilige, zo heb ik gehoord:

 

“Bhikkhus, de wereld is volledig begrepen door de Tathāgata; de Tathāgata is bevrijd van de wereld. De oorsprong van de wereld is volledig begrepen door de Tathāgata; de oorsprong van de wereld is volledig opgegeven door de Tathāgata. Het beëindigen van de wereld is volledig begrepen door de Tathāgata; het beëindigen van de wereld is volledig verwerkelijkt door de Tathāgata. De weg die leidt naar het beëindigen van de wereld is volledig begrepen door de Tathāgata; de weg die leidt naar het beëindigen van de wereld is volledig ontplooid door de Tathāgata.

Bhikkhus, in de wereld met haar Devas, Māras en Brahmās, met haar asceten en brahmanen, onder de mensheid met haar vorsten en mensen, alles wat is gezien, gehoord, gevoeld, gekend, bereikt, gezocht en waarover met de geest overwogen is, - dat is volledig begrepen door de Tathāgata: daarom wordt hij Tathāgata genoemd.

Bhikkhus, vanaf de nacht toen de Tathāgata ontwaakte tot onvergelijkbare volledige Verlichting tot de nacht waarin hij heenging in het Nibbana-element zonder rest, alles wat hij in die tijd zegt, uitspreekt en uitlegt, - dat alles is precies zo en niet anders: daarom wordt hij de Tathāgata genoemd.

Zoals de Tathāgata spreekt, zo handelt hij; zoals de Tathāgata handelt, zo spreekt hij: daarom wordt hij de Tathāgata genoemd.

In de wereld met haar Devas, Māras en Brahmās, met haar asceten en brahmanen, onder de mensheid met haar vorsten en mensen, is de Tathāgata de overwinnaar, onoverwonnen, alziend, macht uitoefenend: daarom wordt hij de Tathāgata genoemd.

 

Dit is wat de Heer zei. Daarom is met betrekking hierop gezegd:

 

“Door het kennen van de hele wereld,

de hele wereld zoals zij werkelijk is,

is hij bevrijd van de hele wereld,

is hij in de hele wereld ongebonden.

 

De alles overwinnende heroïsche wijze,

hij is van elke band bevrijd;

hij heeft de volmaakte vrede bereikt,

Nibbana, die vrij is van angst.

 

Vrij van smetten is hij Verlicht,

vrij van problemen, met twijfels verwoest,

het uiteindelijke einde van daden bereikt,

bevrijd door de volledige verwoesting van hechten.

 

De Verlichte, de Heer,

hij is een leeuw, onovertroffen;

want in de wereld met haar devas

zette hij het Brahma-wiel in beweging.

 

Zo brengen die devas en menselijke wezens,

die hun toevlucht hebben genomen tot de Boeddha,

hem eer wanneer zij hem ontmoeten,

de Grote Man die vol zelfvertrouwen is.

 

Bedwongen is hij de beste van de bedwongenen;

gekalmeerd is hij de ziener van de gekalmeerden;

bevrijd is hij aan de top van degenen die bevrijd zijn;

overgestoken is hij de meester van degenen die overgestoken zijn.

 

Zo brengen zij passende eer aan hem,

de Grote Man die vrij is van gebrek aan zelfvertrouwen:

“In de wereld met haar devas

is er geen persoon die u kan evenaren.”

 

Ook dit werd gezegd door de Heer, zo heb ik gehoord.

 

Einde van het boek ‘Zo is het gezegd’

Bronnen

 

Dubois, Guy Eugene (vert.): Itivuttaka. Zo is het gezegd. Koksijde, 2019. (Itivuttaka.pdf)

Hecker, Dr. Hellmuth (übers.): Itivuttakam, Sammlung der Aphorismen. neu übersetzt von Dr. Hellmuth Hecker; Buddhistische Gesellschaft Hamburg e.V. 1994; online versie

 

Ireland, John D. (Transl). The Itivuttaka. The Buddha's Sayings. Kandy: BPS, 1991.

 

Masefield, Peter. (Transl). The Itivuttaka. Oxford: PTS, 2000. (Sacred Books of the Buddhists, Vol. XXXVIII).

 

Oldenberg, Hermann: Reden des Buddha: Lehre / Verse / Erzählungen. Übersetzt und eingeleitet von Hermann Oldenberg. München: Wolf, 1922.

 

Seidenstücker, Karl (Übers). Itivuttaka: Das Buch der Herrnworte. Eine kanonische Schrift des Pali-Buddhismus. In erstmaliger deutscher Übersetzung aus dem Urtext von Dr. Karl Seidenstücker. (Moers): (Buddhistische Gemeinde am Niederrhein), [ca 1919].

 

Seidenstücker, Dr. Karl: ITIVUTTAKA. Das Buch der Herrnworte. Eine kanonische Schrift des Páli-Buddhismus.

In erstmaliger deutscher Übersetzung aus dem Urtext von Dr. Karl Seidenstücker. Leipzig: Max Altmann Verlag, 1922. Reprint: Buddhistische Gemeinde am Niederrhein Moers 1982. (als Winword Dokument: http://www.palikanon.com/khuddaka/it/itivuttaka-seidenstucker.doc )

 

Woodward, F.L. (Transl). The Minor Anthologies of the Pali Canon. Part II. Udana: Verses of Uplift and Itivuttaka: As it was said. London: PTS, 1985. (reprint).

 

Pali-Deutsch Wörterbuch von Klaus Mylius, http://www.palikanon.com/diverses/pali-wtb/alphabet.html

 

Afkortingen

 

A. Anguttara Nikaya

Dhp Dhammapada

It. Itivuttaka

M. Majjhima Nikaya

PTS Pali Text Society

Pugg. Puggalapapaññatti

S. Samyutta Nikaya

Sn Sutta Nipata

Ud. Udana

Verantwoording

 

 

De foto op de cover is het zomrpaleis van een Thaise koning te Bang Pa.

 

 

Het Itivittaka is ook (met voetnoten) te lezen op de site 

 

https://www.facettenvanhetboeddhisme.nl/5.2.5.4.%20Itivuttaka.html

 

 

Imprint

Text: alles uit dit e-boek mag worden overgenomen
Publication Date: 07-19-2020

All Rights Reserved

Next Page
Page 1 /